Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 6 september 2011
ECLI:NL:GHARN:2011:BT2211
appellant/De Unie vakbond voor industrie en dienstverlening
De centrale vraag in de onderhavige zaak is, of mr. A als werknemer van De Unie de belangen van X in het geschil met Y in de gegeven omstandigheden als redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot heeft behartigd en zo niet, of X dientengevolge schade heeft geleden waarvoor De Unie jegens hem aansprakelijk is. X is op staande voet ontslagen door Y wegens werkverzuim. X was echter ten tijde van het ontslag arbeidsongeschikt wegens ziekte, zodat hem de bescherming van het opzegverbod wegens ziekte toekomt. Omdat X als docent werkzaam is, leidt het ontbreken van de dringende reden van het ontslag enkel tot onregelmatigheid of kennelijke onredelijkheid. In deze procedure stelt X zich op het standpunt dat De Unie (middels mr. A) hem op de vervaltermijn van twee maanden had moeten wijzen, toen hij De Unie consulteerde.
Het hof oordeelt als volgt. Vast staat dat X korter dan drie maanden lid was van De Unie en derhalve slechts recht had op dienstverlening van beperkte omvang, namelijk een (eenmalig) juridisch advies. Zoals De Unie terecht heeft aangevoerd, waren er in de situatie van X meer mogelijkheden: het schikkingsvoorstel van Y kon (alsnog) worden aanvaard, er kon een tegenvoorstel worden gedaan, X had een rechtsvordering kunnen instellen op grond van de kennelijke onredelijkheid van de opzegging (binnen zes maanden na de opzegging) en hij had een beroep kunnen doen op de vernietigbaarheid van de opzegging wegens schending van het opzegverbod tijdens ziekte (binnen twee maanden na de opzegging). Het was aan X deze opties te bespreken met een door hem – zoals hem was geadviseerd: op korte termijn – in te schakelen juridisch adviseur en vervolgens daaruit te kiezen. Onder deze omstandigheden behoefde mr. A ook niet met een (kort) briefje te protesteren tegen de opzegging, zoals X heeft aangevoerd. Immers, de wijze waarop diende te worden gereageerd, maakte deel uit van de door de opvolgend juridisch adviseur in overleg met X te bepalen strategie en keuze uit de opties. Door X bij het einde van de dienstverlening te adviseren op korte termijn een juridisch adviseur in te schakelen met het oog op de te kiezen reactie op de brief van 3 mei 2002, waarbij nog is vermeld dat die reactie uiterlijk 17 mei 2002 diende te worden gegeven, heeft mr. A naar het oordeel van het hof de belangen van X als een redelijk handelend en redelijk bekwaam vakgenoot behandeld.