Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Haircules Hairstyling B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 4 oktober 2011
ECLI:NL:GHARN:2011:BT6599

werkneemster/Haircules Hairstyling B.V.

Uitleg cao. Niet het volledige takenpakket van bedrijfsleider wordt vervuld, zodat geen recht is op toeslag

Werkneemster is in 1999 in dienst getreden van (de rechtsvoorganger van) Haircules Hairstyling. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor het Kappersbedrijf (hierna: de cao) van toepassing. In de cao is een 'toeslag bedrijfsleider' opgenomen, die in het bijbehorende Functiehandboek nader wordt omschreven. Op 14 augustus 2010 is het dienstverband van werkneemster geëindigd. Centrale vraag in deze procedure is of werkneemster de bedrijfsleidertoeslag toekomt. De kantonrechter heeft overwogen dat werkneemster onvoldoende heeft onderbouwd dat zij aan alle in het Functiehandboek genoemde criteria voor het bedrijfsleiderschap heeft voldaan. De vordering met betrekking tot te weinig betaald loon omdat Haircules Hairstyling met de ervaringsjaren van werkneemster geen rekening had gehouden, is afgewezen omdat Haircules Hairstyling het te weinig betaalde salaris inmiddels had betaald.

Het hof oordeelt als volgt. Op grond van vaste jurisprudentie zijn voor de uitleg van een cao in beginsel de bewoordingen gelezen in het licht van de gehele tekst doorslaggevend. Daarbij komt het niet aan op de bedoelingen van de partijen bij de cao, voor zover deze niet uit de cao-bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de cao en de toelichting zijn gesteld. Nu het Functiehandboek onderdeel van de cao uitmaakt, behoort ook het Functiehandboek met inachtneming van voornoemde criteria te worden uitgelegd.

Uit de relevante bepalingen in de cao en het Functiehandboek blijkt op geen enkele wijze dat een werknemer slechts aan een aantal van de opgesomde takenpakketten of slechts aan één of een beperkt aantal criteria van ieder van de beschreven takenpakketten behoeft te voldoen, om als bedrijfsleider te kunnen worden aangemerkt. Nu werkneemster niet het volledige takenpakket van bedrijfsleider heeft uitgevoerd, heeft zij geen recht op de toeslag. Aan de omstandigheid dat werkneemster op de website van Haircules Hairstyling als salonmanager wordt aangemerkt, wordt niet veel waarde gehecht, omdat geen sprake is van bijkomende relevante feiten en omstandigheden ter onderbouwing van de stellingen van werkneemster.

Voorts maakt werkneemster aanspraak op de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 lid 1 BW wegens het te weinig betaalde salaris dat inmiddels door Haircules Hairstyling is betaald. De in dit artikel geregelde verhoging is niet zozeer bedoeld als een vorm van vergoeding van door de werknemer als een gevolg van de vertraagde uitbetaling geleden schade, maar veeleer als een prikkel voor de werkgever om het loon tijdig uit te betalen. Werkneemster heeft Haircules Hairstyling pas eind 2008 van de onjuiste berekeningswijze op de hoogte gesteld. Omdat Haircules Hairstyling vrijwel direct gevolg heeft gegeven aan de mededeling van werkneemster dat haar salaris niet correct was berekend en werkneemster met toewijzing van de wettelijke rente schadeloos wordt gesteld voor de door haar geleden schade, wordt de wettelijke verhoging op nihil gesteld.