Rechtspraak
Van Duuren/werkgever
Werknemer is op 2 februari 2009 voor bepaalde tijd tot 3 augustus 2009 bij schriftelijk aangegane arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij werkgever tegen een loon van € 1.720 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag. Partijen zijn een proeftijd van een maand overeengekomen. Op vrijdag 27 februari 2009 heeft werknemer zich ziek gemeld door een boodschap in te spreken op het antwoordapparaat van werkgever. Die dag heeft werkgever vergeefs getracht werknemer telefonisch te bereiken. Zij heeft een brief, gedagtekend 27 februari 2009, naar werknemer gestuurd waarin zij meedeelde de arbeidsovereenkomst tijdens proeftijd op te zeggen. Werknemer stelt zich op het standpunt dat hij de brief pas op 10 maart heeft ontvangen en hij bij brief van 16 maart 2009 de nietigheid van dit ontslag heeft ingeroepen en zich beschikbaar gesteld om op afroep werkzaamheden uit te voeren. In hoger beroep staat de vraag centraal of werknemer rechtsgeldig tijdens de proeftijd is ontslagen.
Het hof oordeelt als volgt. Voor een geldig ontslag tijdens proeftijd (een eenzijdig gerichte rechtshandeling) dient een mededeling van die strekking werknemer tijdig, dus binnen de proeftijd die eindigde op 1 maart 2009, te hebben bereikt (zie artikel 3:37 lid 3 BW). Werkgever heeft niet aangetoond dat werknemer de opzegging tijdig heeft bereikt. Niet valt in te zien waarom het beroep van werknemer op overschrijding van de termijn in dit geval onaanvaardbaar zou zijn, zoals werkgever in appel nog heeft aangevoerd. De loonvordering van werknemer wordt evenwel slechts over de periode tot 8 juni 2009 toegewezen, omdat werknemer vanaf dat moment geen gehoor heeft gegeven aan de oproep van de werkgever te komen werken (artikel 7:628 BW).