Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam, 20 september 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BU6923
Slokker Personeelszaken BV/werknemer
Werknemer is in 1980 in dienst getreden van Slokker. Hij is per 1 september 2007 met prepensioen gegaan. Slokker is voor een deel van haar werknemers, waaronder werknemer, verplicht aangesloten bij de Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (verder: BPF Bouw). Werknemer is met ingang van 1 januari 2000 gaan werken in de functie van Hoofd Burgerwerk bij Slokker. Vanaf dat moment werd de UTA-cao in plaats van de Bouwnijverheid-cao van toepassing op de arbeidsovereenkomst. Werknemer bleef (ook) deelnemer aan BPF Bouw. Werknemer heeft in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd dat hij aanspraak heeft op zijn volledig opgebouwde pensioen bij Nationale Nederlanden ten bedrage van € 5658 en hierop niet het BPF Bouw-pensioen in mindering mag worden gebracht en voorts veroordeling gevorderd van Slokker om al datgene te doen wat nodig is om te verzekeren dat deze pensioenaanspraak vanaf zijn 65e jaar zal worden uitgekeerd. Hij heeft zijn vordering hierop gegrond dat hij een mondelinge pensioenovereenkomst met Slokker heeft gesloten in verband met zijn overgang naar de UTA-groep per 1 januari 2000, dat Slokker daartoe een verzekering bij Nationale Nederlanden heeft gesloten, dat uit de vanaf het jaar 2000 periodiek aan werknemer verstrekte overzichten van Nationale Nederlanden blijkt dat hij aanspraak heeft op een pensioen van ten minste € 5658 en op de juistheid van deze overzichten mocht afgaan, dat een aftrek in verband met opgebouwde pensioenaanspraken bij BPF Bouw nooit met hem is besproken, dat hij het pensioenreglement van Slokker pas in 2007 heeft ontvangen en ook daarin niets staat vermeld over een mogelijke aftrek en dat Slokker de pensioenregeling bij Nationale Nederlanden niet eenzijdig mag wijzigen of afkopen. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer toegewezen.
Het hof oordeelt als volgt. Voor het antwoord op de vraag wat voor pensioentoezegging Slokker aan zijn werknemer heeft gedaan, rust de steltplicht en bewijslast op Slokker. Slokker heeft in dit verband allereerst gesteld dat het niet aannemelijk is dat zij aan werknemer een dubbel pensioen zou hebben toegezegd. Het hof kan Slokker niet in dit betoog volgen, reeds omdat het er niet om gaat of een bepaalde toezegging die Slokker bij totstandkoming van de nadere pensioenovereenkomst heeft gedaan, aannemelijk is, maar wat die toezegging, die Slokker daarbij heeft gedaan, inhoudt. Voor zover Slokker zich heeft beroepen op afspraken die zij – mede blijkens briefwisselingen – met Nationale Nederlanden heeft gemaakt en waaruit haar bedoeling met betrekking tot de aanvullende pensioenovereenkomst zou blijken, verwerpt het hof dit betoog eveneens, reeds omdat te dezen slechts relevant is wat heeft te gelden in de verhouding tussen Slokker en werknemer, met name of Slokker deze bedoeling aan werknemer heeft kenbaar gemaakt althans werknemer deze bedoeling redelijkerwijs heeft kunnen of moeten begrijpen. Van dit laatste is ten tijde van de totstandkoming van de nadere pensioenovereenkomst geen sprake geweest, nu geen van beide partijen heeft gesteld dat zij op dat moment met elkaar over de inhoud daarvan hebben gesproken. Ook uit latere, aan Slokker toe te rekenen gedragingen, zoals met name de verstrekking door Nationale Nederlanden van de verzekeringsopgaven (van in elk geval 28 april 2004 en 20 januari 2006) voordat het onderhavige geschil zich openbaarde, kan die (vermeende) bedoeling van Slokker niet worden afgeleid. Uit die opgaven heeft werknemer redelijkerwijs slechts kunnen begrijpen dat hij ter zake van de nadere pensioenovereenkomst te zijner tijd aanspraak zou kunnen maken op het bedrag van circa € 5658 per jaar, zoals dat is vermeld op het op 21 november 2009 door Nationale Nederlanden aan werknemer toegezonden Uniform Pensioenoverzicht 2009. Voorts staat vast dat het bij de nadere pensioenovereenkomst behorende pensioenreglement, dat Slokker eerst in 2007 aan werknemer heeft doen toekomen, geen expliciete bepaling bevat omtrent aftrek van enig BPF Bouw-pensioen.