Naar boven ↑

Rechtspraak

Marcova BV/werknemer
Gerechtshof Amsterdam, 29 november 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BU7815

Marcova BV/werknemer

Matiging wettelijke verhoging tot nihil omdat werknemer verwijtbaar heeft gehandeld door, ondanks het deskundigenoordeel van het UWV, vast te houden aan zijn standpunt dat het passende werk te zwaar voor hem was

Werknemer is met ingang van 28 juni 1999 bij Marcova in dienst getreden in de functie van werkvoorbereider. Op 15 juni 2009 is werknemer arbeidsongeschikt geraakt wegens een operatie aan zijn rechterschouder. Op 4 september 2009 is een aanvang gemaakt met de re-integratie van werknemer bij Marcova. Daarover is een geschil ontstaan tussen partijen. Uiteindelijk heeft werknemer op 9 november 2009 het UWV verzocht om een deskundigenoordeel over de vraag of het werk dat hij moest doen passend is. Het UWV heeft op 16 november 2009 geoordeeld dat bij Marcova passend werk aanwezig is en mediation aangeraden. Op 12 januari 2010 heeft de toen geplande mediation geen doorgang gevonden, omdat werknemer de mediationovereenkomst niet wilde ondertekenen. Marcova heeft werknemer op 14 januari 2010 op staande voet ontslagen. Werknemer heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen. De arbeidsovereenkomst is voorwaardelijk ontbonden in april 2010. Werknemer vordert in deze procedure loon vanaf 14 januari 2010 tot april 2010. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer toegewezen, maar de wettelijke verhoging op nihil gesteld. Daartoe heeft de kantonrechter overwogen dat werknemer verwijtbaar heeft gehandeld door, ondanks het deskundigenoordeel van het UWV, vast te houden aan zijn standpunt dat het werk te zwaar voor hem was. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep, stellende dat niet de UWV-arts, maar zijn orthopedisch chirurg, dan wel het oordeel van de WIA-arts gevolgd had moeten worden.

Het hof oordeelt als volgt. Werknemer heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden genoemd, waardoor het oordeel van de kantonrechter onjuist zou zijn. Derhalve volgt bekrachtiging van het vonnis van de kantonrechter.