Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Teijin Aramid BV
Rechtbank Noord-Nederland, 8 december 2011
ECLI:NL:RBGRO:2011:BU9683

werknemer/Teijin Aramid BV

Bepaling in bedrijfs-cao geen derdenbeding, maar overblijfsel van oud systeem dat is ingehaald door nadere regelgeving. Uitzendkracht kan geen rechten ontlenen aan bepaling in bedrijfs-cao inlener

Op de arbeidsovereenkomsten van Teijin en haar personeel is een bedrijfs-cao van toepassing. Artikel 51 van deze cao bepaalt: 'Inleenkrachten onder de werkingssfeer van de CAO voor uitzendkrachten worden beloond op basis van de geldende salarisschalen voor werknemers van de onderhavige CAO, inclusief de daarbij behorende bepalingen ten aanzien van inschaling, individuele en collectieve herziening. (...)'

Werknemer is op 27 oktober 2001 bij Louwes Uitzendorganisatie BV in dienst getreden. Op zijn arbeidsovereenkomst is de CAO voor Uitzendkrachten van toepassing. Van 2005 tot 2009 heeft werknemer als uitzendkracht van Louwes gewerkt voor Teijin. Op 14 augustus 2009 is Louwes failliet verklaard. Werknemer stelt dat hij op grond van artikel 51 van de bedrijfs-cao, welke bepaling hij bestempelt als derdenbeding, jegens Teijin recht heeft op loon. Voorts beroept hij zich op onrechtmatige daad.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer kan zich niet met vrucht beroepen op artikel 51 van de bedrijfs-cao. Het door werknemer bedoelde derdenbeding ex artikel 6:253 BW is strijdig met het (min of meer) gesloten stelsel waarin het cao-recht – in ieder geval waar het gaat om de normadressaten – is ondergebracht. Werknemer kan zijn rechten ontlenen aan de algemeen verbindende verklaarde CAO voor Uitzendkrachten, welke rechten hij op zijn beurt alleen tegen Louwes kan inroepen. Ook de uitleg van artikel 51 kan niet het door werknemer beoogde resultaat hebben. Artikel 51 is geen derdenbeding in de zin van artikel 6:253 BW, maar een overblijfsel van een oud systeem dat is ingehaald door nadere regelgeving. Dat de sedert 2004 kennelijk zinledige bepaling in de bedrijfs-cao is gehandhaafd, doet daaraan niet af. Werknemer kan zijn vordering in de onderhavige procedure baseren op onrechtmatige daad. Het beroep hierop slaagt echter niet. Gesteld nog gebleken is dat Teijin de wanprestatie van Louwes heeft uitgelokt dan wel daarvan willens en wetens heeft geprofiteerd. Volgt afwijzing van de vorderingen.