Rechtspraak
werknemer/werkgeefster
Werknemer is sinds 1997 in dienst als chauffeur. In 2005 heeft hij zich als gevolg van rugklachten ziek gemeld. De door werkgeefster in 2008 aangevraagde ontslagvergunning is geweigerd. Niet aannemelijk is geworden dat er binnen 26 weken geen herstel mogelijk is en dat er geen passende functie voorhanden is. Op 16 februari 2010 is de aangevraagde ontslagvergunning wel verleend. Daartoe wordt door UWV WERKbedrijf het volgende overwogen. Uit het advies van de arbeidsdeskundige blijkt dat de klachten zijn toegenomen. Alhoewel werknemer mogelijk in september 2009 in staat zou zijn geweest zijn werkzaamheden te hervatten met enige aanpassingen en werkgeefster hier niet aan mee heeft gewerkt, is aannemelijk geworden dat deze mogelijkheden er nu niet meer zijn. Thans vordert werknemer schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Hij stelt dat werkgeefster is tekortgeschoten in haar re-integratieverplichtingen en beroept zich op het gevolgencriterium.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan werkgeefster heeft betoogd, staat door de beslissing van UWV WERKbedrijf om de ontslagvergunning te verlenen niet vast dat werkgeefster haar re-integratieverplichtingen is nagekomen. De feitelijke grondslag van de vordering van werknemer komt neer op de vraag of de re-integratieverplichtingen zijn nagekomen en of de mate van arbeidsongeschiktheid een gunstiger verloop zou hebben gehad indien de werkplek door werkgeefster zou zijn aangepast. Volgens werknemer zou de aanpassing ertoe hebben geleid dat hij vanaf september 2009 weer volledig inzetbaar zou zijn. De kantonrechter benoemt een deskundige teneinde hier duidelijkheid over te krijgen. Volgt aanhouding van de zaak.