Naar boven ↑

Rechtspraak

Igi BV/werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 12 juli 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BU9087

Igi BV/werknemer

Mededeling griffier dat 'rekening zal worden gehouden met de lange procedure bij vaststelling vergoeding' leidt niet tot doorbreking van appelverbod, nu de vergoeding voldoende gemotiveerd naar billijkheid is vastgesteld. Geen schending vertrouwensbeginsel

Igi (werkgever) heeft de kantonrechter op 16 september 2010 verzocht de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden wegens disfunctioneren, zonder toekenning van een vergoeding/dan wel toepassing van de Groen-variant. De mondelinge behandeling stond aanvankelijk gepland op 14 oktober 2010. Daags voor deze zitting wisselt werknemer van gemachtigde en verzoekt uitstel. Uiteindelijk heeft de mondelinge behandeling zes weken later op 29 november 2010 plaatsgevonden. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst met ingang van 15 januari 2011 ontbonden en de vergoeding vastgesteld op een bedrag van € 22.500 bruto (C=1,5). Igi is van deze beschikking in hoger beroep gegaan, omdat volgens haar sprake is van schending van een fundamenteel rechtsbeginsel, te weten 'vertrouwensbeginsel'. Volgens Igi zou de griffier aan de gemachtigde van Igi hebben toegezegd dat indien de kantonrechter een vergoeding zou toekennen, rekening zal worden gehouden met de lange duur van de procedure vanwege een eerder gedaan verzoek door werknemer tot uitstel van de mondelinge behandeling.

Het hof oordeelt als volgt. Wat er ook zij van de onvoorwaardelijkheid van de mededeling van de griffier, de aldus gemotiveerde beslissing van de kantonrechter druist niet zozeer in tegen hetgeen Igi op basis van de mededeling van de griffier mocht verwachten dat gezegd moet worden dat de beschikking van de kantonrechter in strijd is met een zo fundamenteel rechtsbeginsel dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet meer kan worden gesproken. Het hof neemt hiertoe mede in aanmerking dat de kantonrechter de vergoeding naar billijkheid heeft vastgesteld en het hof de door Igi gegeven concrete berekening met de daaraan ten grondslag liggende uitgangspunten een te verstrekkende interpretatie van de strekking van de mededeling van de griffier acht. De conclusie is dat hetgeen Igi heeft aangevoerd niet tot doorbreking van het rechtsmiddelverbod van artikel 7:685 lid 11 BW kan leiden.