Naar boven ↑

Rechtspraak

eisers/Aegon Nederland BV
Rechtbank Noord-Nederland, 24 januari 2012
ECLI:NL:RBLEE:2012:BV2626

eisers/Aegon Nederland BV

Voldoende aanleiding tot eenzijdige wijziging bijdrageregeling ziektekostenpremie door Aegon na inwerkingtreding Zvw. Schending gelijkheidsbeginsel ten aanzien van twee groepen postactieven waardoor in redelijkheid geen instemming met aanbod gevergd kan worden

Eisers zijn oud-werknemers van Aegon. Tot hun uitdiensttreding ontvingen eisers van Aegon een bijdrage van 55% in de ziektekostenpremie op basis van de tussen partijen geldende bijdrageregeling. Eisers hebben in 2005 een brief van Aegon ontvangen over hun vroegpensioen. In een aparte brief (de beëindigingsbrief) is ten aanzien van de regelingen en voorzieningen die door Aegon op de pensioendatum worden toegekend een wijzigingsbeding opgenomen. In verband met de inwerkingtreding van de Zorgverzekeringswet (Zvw) per 1 januari 2006 heeft Aegon de bijdrageregeling voor actieve medewerkers gewijzigd. Aegon heeft aangekondigd dat voor degenen voor wie het pensioen/de vut is ingegaan voor 31 december 2005, de vanaf 1 januari 2006 te vergoeden bijdrage zal bestaan uit de structurele bijdrage met een tijdelijke gewenningsbijdrage. Een aantal gepensioneerden heeft hierover geprocedeerd. Uiteindelijk is tussen Aegon en de VAG (Vereniging van Aegon Gepensioneerd, waarvan iedere gewezen gepensioneerde werknemer van Aegon lid is) een vaststellingsovereenkomst gesloten. Eisers stellen zich op het standpunt dat zij aanspraak kunnen maken op (onverkorte) voortzetting van de bijdrageregeling en dat het wijzigingsbeding uit de brief geen onderdeel uitmaakt van de met hen gesloten overeenkomst.

De kantonrechter stelt voorop dat geen sprake is van een wijzigingsbeding ex artikel 7:613 BW, nu er geen wijzigingsbeding met de werknemers is overeengekomen. De vraag of Aegon gerechtigd is tot eenzijdige wijziging van de arbeidsovereenkomst dient beantwoord te worden aan de hand van het arrest Stoof/Mammoet (HR 11 juli 2008, LJN BD1847). Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. Aegon heeft in de wijziging van het zorgstelsel voldoende aanleiding kunnen zien om tot wijziging van de bijdrageregeling over te gaan. In zijn algemeenheid geldt dat afschaffing van de vergoeding van de bijdrage in de ziektekosten mag, mits een redelijke overgangsregeling is getroffen (Hof Amsterdam 20 oktober 2009 (JAR 2009/282) en 28 december 2010 (JAR 2010/37)). Anders dan eisers menen, kan uit de tekst van het wijzigingsbeding niet worden afgeleid dat het financiële eindresultaat voor de postactieven gelijk zou moeten zijn aan dat van de actieven. Daarnaast heeft de wetgever bij de totstandkoming van de Zvw onder ogen gezien dat gepensioneerden geen vergoeding zouden krijgen voor de inkomensafhankelijke bijdrage. Daarom is een aantal flankerende koopkrachtmaatregelen voor gepensioneerden getroffen. Bovendien zouden eisers door een dergelijke regeling in een betere positie komen te verkeren dan de overige postactieven.

Eisers kunnen wel terecht een beroep op het gelijkheidsbeginsel doen voor zover dat ziet op de ‘postactieven zonder wijzigingsbeding’ en dat beide groepen postactieven dezelfde aanspraken dienen te hebben, nu zij allen ten tijde van de inwerkingtreding van de Zvw op 1 januari 2006 – welke inwerkingtreding ten grondslag ligt aan de wijziging in de bijdrageregeling – met (pre)pensioen waren. Aegon heeft naar het oordeel van de kantonrechter een redelijk aanbod gedaan. De onbillijkheid van de door Aegon aangeboden regeling zit niet in de regeling zelf, maar in het onderscheid dat wordt gemaakt tussen het al dan niet hebben ontvangen van een brief met daarin opgenomen het wijzigingsbeding. Van de zijde van Aegon zijn onvoldoende zwaarwegende omstandigheden aangevoerd waarom deze groep postactieven anders behandeld zou moeten worden dan de postactieven die geen mededeling van het wijzigingsbeding hebben ontvangen. In dat licht kon van eisers in redelijkheid niet gevergd worden dat zij met het door Aegon gedane aanbod instemden. De regeling zoals die voor de overige postactieven geldt, is opgenomen in het tussen Aegon en de VAG gesloten vaststellingsovereenkomst. De zaak wordt aangehouden, zodat eisers zich kunnen uitlaten over de hoogte van de bruto nominale bijdrage in de ziektekostenpremie die zij in december 2005 ontvingen.