Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Respons Schoonmaak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 februari 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BV8210

werknemer/Respons Schoonmaak

Werkneemster heeft geen recht op loon wegens ontbreken deskundigenoordeel ex artikel 7:629a BW

In het onderhavige geschil heeft werkneemster in eerste aanleg doorbetaling van loon door Respons gevorderd op de voet van artikel 7:629 BW. Daarbij heeft zij niet een verklaring van een deskundige overgelegd als bedoeld in artikel 7:629a lid 1 BW. De kantonrechter heeft dit laatste feit weliswaar geconstateerd maar daaraan geen rechtsgevolg verbonden, de vordering van werkneemster op andere gronden afgewezen en de kosten gecompenseerd. Tegen dit oordeel keert werkneemster zich in hoger beroep. Het hof oordeelt als volgt. Artikel 7:629a lid 1 BW bepaalt dat de rechter een vordering tot betaling van loon als bedoeld in artikel 7:629 BW afwijst indien bij de eis niet een verklaring van een deskundige is gevoegd omtrent de verhindering van de werknemer om de bedongen of andere passende arbeid te verrichten. Op grond van het bepaalde in artikel 7:629a lid 2 BW is het overleggen van een dergelijke verklaring niet vereist indien de verhindering niet wordt betwist of het overleggen van de verklaring in redelijkheid niet kan worden gevergd. In het onderhavige geschil heeft Respons de verhindering betwist en heeft werkneemster, op wier weg dit zou hebben gelegen, niet gesteld dat het overleggen van een verklaring niet in redelijkheid van haar kan worden gevergd. Nu de rechter ook in hoger beroep in beginsel is gehouden de rechtsgronden ambtshalve aan te vullen en vaststaat dat de verklaring als bedoeld in artikel 7:629a lid 1 BW – die in het onderhavige geval relevant is in het kader van de mogelijke verwerping van het hoger beroep – niet door werkneemster is overgelegd, komt de vordering van werkneemster reeds op deze grond niet voor toewijzing in aanmerking. Het vonnis waarvan beroep dient daarom – wat er zij van de daarvoor gebezigde gronden – te worden bekrachtigd. Gelet op het bepaalde in artikel 7:629a lid 6 BW zullen – nu Respons niet heeft gesteld en evenmin is gebleken dat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht door werkneemster – de proceskosten van het hoger beroep worden gecompenseerd.