Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Latei Projectontwikkeling en Stichting Woonvast
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 13 maart 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BW0205

werknemer/Stichting Latei Projectontwikkeling en Stichting Woonvast

Uitkomst van bindend advies over aanvulling VUT-regeling ontslagen werknemer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Geen vernietiging van dit onderdeel van de vaststellingsovereenkomst

Werknemer is vanaf 1 augustus 1996 bestuurder en werknemer van de Stichtingen geweest, welke arbeidsrelatie per 31 mei 2001 is beëindigd door tussen partijen gesloten beëindigingsovereenkomsten en ontbinding van de arbeidsovereenkomsten door de kantonrechter bij diens beschikking van 17 mei 2001, waarbij aan werknemer ten laste van de Stichtingen een bruto vergoeding van NLG 2.250.000 is toegekend. Partijen hebben in 2007 een geschil omtrent (de afwikkeling van) de VUT-regeling/het prepensioen van werknemer voorgelegd aan een NAI-minitragecommissie. De tussen partijen gevoerde minitrageprocedure heeft geresulteerd in een vaststellingsovereenkomst van 15 september 2008. In deze vaststellingsovereenkomst hebben partijen een deskundige aangewezen (LNBB) die de berekening van het aanvullende kapitaal op zich neemt. De uitkomst hiervan is voor partijen bindend (bindend advies). Werknemer stelt dat het op 6 februari 2009 tussen partijen door het LNBB uitgebrachte bindend advies dient te worden vernietigd. Hij heeft daartoe in eerste aanleg een verklaring voor recht gevorderd inhoudende dat het bindend advies (door zijn buitengerechtelijke verklaring van 1 juli 2009) is vernietigd en gevorderd dat de rechter een nieuwe beslissing zal nemen inzake het geschil tussen partijen dat aan de bindend adviseur is voorgelegd. In het bestreden vonnis zijn de vorderingen van werknemer afgewezen. Werknemer heeft daartegen hoger beroep ingesteld.

Het hof oordeelt als volgt. Het hof stelt bij de beoordeling van de grieven van de werknemer voorop dat een met een vaststellingsovereenkomst verband houdende beslissing van een derde omtrent hetgeen tussen de bij die overeenkomst betrokken partijen rechtens geldt, kan worden vernietigd indien gebondenheid daaraan in verband met de inhoud of wijze van totstandkoming in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het hof stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie de rechter bij de toetsing terughoudendheid in acht dient te nemen. In een geval als het onderhavige, waarin partijen zijn overeengekomen dat zij zich binden aan een door een derde – in opdracht van partijen – te geven beslissing, kunnen alleen ernstige gebreken in de beslissing gebondenheid daaraan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken. De beslissing is alleen aantastbaar indien deze derde, alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemende, in redelijkheid niet tot zijn beslissing heeft kunnen komen. Van dergelijke ernstige gebreken is naar het oordeel van het hof bij het onderhavige bindend advies geen sprake. De deskundige heeft de uitgangspunten, zoals die in de vaststellingsovereenkomst van 15 september 2008 zijn opgenomen, in aanmerking genomen bij zijn advies. Hij is daarbij weliswaar uitdrukkelijk afgeweken ten aanzien van het daarin bepaalde over de uitkeringsgrondslag, maar deze afwijking was – onbetwist – in het voordeel van werknemer. Deze keuze om de uitkeringsgrondslag op een andere wijze vast te stellen, is door de deskundige onderbouwd en hij heeft hierbij aansluiting gezocht bij de overige uitgangspunten van de vaststellingsovereenkomst. Voor zover er overigens bij het vaststellen van het advies uitleg nodig was van de toepasselijke bepalingen en uitgangspunten om tot vaststelling van het voor het prepensioen benodigde kapitaal te komen, of een keuze gemaakt diende te worden voor een bepaalde berekeningsmethode, heeft de deskundige naar het oordeel van het hof goed onderbouwde keuzes gemaakt met oog voor de positie van beide partijen. Niet gezegd kan worden dat de deskundige in redelijkheid niet tot deze beslissingen heeft kunnen komen. Volgt bekrachtiging van het vonnis van de rechtbank.