Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 3 april 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BW2157
werknemer/Equinix B.V.
Werknemer is op 22 februari 2010 bij Equinix in dienst gekomen op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, te weten 12 maanden, in de functie van servicedeskmedewerker (service desk administrator) in de vestiging te Amsterdam tegen een brutomaandsalaris van € 2.400. Op 15 juni 2010 heeft Equinix een e-mail aan werknemer gestuurd waarin hij erop wordt gewezen dat hij al een week lang structureel veel te laat begint (variërend van een half uur tot een paar uur) en ook nog veel te lang pauze neemt. Die dag zelf, 15 juni 2010, is werknemer in de ochtend helemaal niet op zijn werk verschenen. Equinix verzoekt werknemer om daar beter op te letten. Op 23 juni 2010 is werknemer door Equinix een laatste waarschuwing gegeven in een brief van gelijke datum. Daarin wordt geconstateerd dat werknemer op 15 juni, op 17 juni, op 18 juni, op 21 juni, op 22 juni en ook op 23 juni 2010 te laat is gekomen. De waarschuwing houdt in dat werknemer erop wordt gewezen dat indien hij nogmaals te laat komt hij op staande voet zal worden ontslagen. Die waarschuwing is eveneens gegeven tijdens een gesprek op 23 juni 2010, waarvan een verslag is gemaakt. Daarin staat vermeld dat het hier om een laatste officiële waarschuwing gaat en dat die zes maanden in het dossier zal worden bewaard. Op 20 augustus 2010 is werknemer wederom een uur te laat op het werk verschenen. Werknemer is daarop geschorst in afwachting van nader onderzoek. Op 24 augustus 2010 heeft een gesprek plaatsgehad tussen hem en X van Equinix en daarin is werknemer op staande voet ontslagen. De centrale vraag is of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is verleend.
Het hof oordeelt als volgt. Het enkele feit dat tussen de laatste waarschuwing en 20 augustus bijna twee maanden van goed gedrag zitten, neemt niet weg dat sprake kan zijn van een dringende reden. Equinix heeft werknemer meermalen gewaarschuwd, zodat het te laat verschijnen in augustus een dringende reden oplevert. Ook de aard van de functie – servicedeskmedewerker – brengt met zich dat werknemer op tijd aanwezig dient te zijn. Dat lang niet altijd een beroep op deze servicedesk wordt gedaan, doet niet ter zake. Door werknemer meteen na de constatering van het feit in de uitoefening van zijn werkzaamheden te schorsen en vervolgens vier dagen later (in welke periode een weekend was gelegen) te ontslaan, heeft Equinix op juiste en genoegzame wijze invulling gegeven aan het vereiste van onverwijldheid van het ontslag. Het ontslag is derhalve ook onverwijld verleend.
De vordering van gefixeerde schadevergoeding is niet verjaard, omdat Equinix in de ontslagbrief zich het recht tot nakoming van deze vordering heeft voorbehouden. Anders dan werknemer meent, is hier wel degelijk sprake van een verbintenis welke voor stuiting vatbaar is.