Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 29 mei 2012
ECLI:NL:GHSHE:2012:BW7262
Daxxa Diensten B.V./Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten
De SNCU is in februari 2004 opgericht door de werknemersorganisaties (FNV Bondgenoten, CNV Bondgenoten en de Unie) en de werkgeversorganisatie in de uitzendbranche (hierna: ABU) en in het leven geroepen om activiteiten te bevorderen die gericht zijn op het creëren van goede arbeidsverhoudingen in deze bedrijfstak. De belangrijkste taken voor de SNCU bestaan uit het geven van voorlichting en informatie, evenals het toezien op een correcte naleving van de cao. SNCU heeft een deel van haar bevoegdheden overgedragen aan een bij reglement in te stellen Commissie Naleving CAO voor Uitzendkrachten (hierna: de CNCU). Indien een werkgever na ingebrekestelling door of namens de SNCU gedurende ten minste veertien dagen nalatig blijft de door de SNCU verzochte gegevens te verstrekken, dan wel onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, is hij door dat enkele feit conform artikel 46 lid 1 van de CAO voor Uitzendkrachten 2005-2007, dan wel artikel 6 lid 1 van het Reglement II opgenomen in de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche verplicht aan de SNCU een forfaitaire schadevergoeding te betalen. Na daartoe meermalen te zijn aangemaand, heeft Daxxa (werkgever) bij brief van 2 augustus 2010 de raadsman van de SNCU bericht dat Daxxa niet zal overgaan tot het overleggen van de gevraagde bescheiden. Hierbij wordt onder meer aangevoerd dat de representativiteit zou ontbreken, er geen gegrond vermoeden van overtreding van de cao’s zou zijn, de CNCU geen bevoegdheden zou hebben en voorts dat de overlegging van de gevraagde gegevens in strijd zou zijn met het recht op privacy van werknemers. In eerste aanleg heeft SNCU de forfaitaire schadevergoeding gevorderd, evenals inzage in de stukken. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen. Tegen dit oordeel keer Daxxa zich in hoger beroep.
Het hof oordeelt als volgt. De SNCU betoogt dat Daxxa op grond van de ten tijde van de controleperiode 2007-2008 algemeen verbindend verklaarde cao’s gehouden is de door haar gevraagde informatie te verstrekken. Deze informatie is opgevraagd bij brief van 4 mei 2010. Naar het oordeel van het hof was Daxxa gehouden om ook na afloop van de duur van de algemeenverbindendverklaring van de CAO voor Uitzendkrachten 2007-2008 en de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche 2007-2009 op grond van die algemeenverbindendverklaringen de in het Reglement II bedoelde informatie aan de SNCU te verstrekken. De in het Reglement II neergelegde controlebevoegdheid van de SNCU kan (in elk geval voor een deel) slechts achteraf – wanneer alle relevante gegevens beschikbaar zijn, waaronder loongegegevens over de voorbije periode – worden uitgeoefend. Indien de gehoudenheid om deze gegevens te verstrekken zou eindigen bij het verstrijken van de duur van de algemeenverbindendverklaring, zou deze bevoegdheid deels illusoir kunnen worden en zou de handhaafbaarheid van de genoemde cao’s sterk kunnen verminderen. Voor de in artikel 6 van het Reglement II neergelegde bevoegdheid van de SNCU om aanspraak te maken op een forfaitaire schadevergoeding geldt, mutatis mutandis, hetzelfde. Aan het bovenstaande doet niet af dat aldus de algemeenverbindendverklaring van de betreffende bepalingen enige ‘nawerking’ krijgt. Het hof acht deze nawerking ook gerechtvaardigd, nu deze er slechts toe leidt dat de door de algemeenverbindendverklaring beoogde beperking van de contractsvrijheid gedurende de algemeenverbindendverklaring daadwerkelijk wordt gerealiseerd en de door de algemeenverbindendverklaring (in het belang van de uitvoering van de cao’s) verkregen rechten van de SNCU kunnen worden geëffectueerd. In dit verband wijst het hof er nog op dat de NVUB, waarvan Daxxa lid is, haar bezwaren tegen de algemeenverbindendverklaring van de CAO voor Uitzendkrachten 2007-2008 en de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche 2007-2009 aan de bestuursrechter ter beoordeling heeft voorgelegd en dat deze bezwaren door de rechtbank ’s-Gravenhage, sector bestuursrecht (uitspraak van 1 december 2010) zijn verworpen, waarna de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 7 september 2011 deze uitspraak heeft bevestigd. Gelet op het voorgaande en gelet op het arrest van de Hoge Raad van 17 september 2010 (LJN BM6102) komt aan de besluiten tot algemeenverbindendverklaring van de CAO voor Uitzendkrachten 2007-2008 en de CAO Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche 2007-2009 formele rechtskracht toe.
De privacy van werknemers is voldoende gewaarborgd. Zowel in de interne procedure van de SNCU alsook met de Wet bescherming persoonsgegevens. Dat de forfaitaire schadevergoeding in strijd met artikel 6:91 BW is, faalt, omdat het gaat om een aanvullende schadevergoeding in de zin van artikel 17 WCAO.