Naar boven ↑

Rechtspraak

Rademaker B.V./Kaak Nederland B.V. en DrieM Dough Sheeting Technology B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 28 september 2010
ECLI:NL:GHARN:2010:BW8209

Rademaker B.V./Kaak Nederland B.V. en DrieM Dough Sheeting Technology B.V.

Schending geheimhoudingsbeding in kort geding niet aangetoond. Enkele feit dat werknemer gebruik maakt van ervaring opgedaan bij vorige werkgever, leidt niet tot schending geheimhoudingsbeding

(Zie inmiddels ook de bodemprocedure AR 2012-0426.) Drie werknemers (A, B, C) zijn in dienst geweest van Rademaker als General Manager, Product Management en Regio Sales Manager. Rademaker voert een onderneming die zich toelegt op het ontwerpen en vervaardigen van technisch hoogwaardige machines en productielijnen, in het bijzonder voor de levensmiddelenindustrie zoals brood- en banketwaren. In de arbeidsovereenkomsten zijn een concurrentie- en geheimhoudingsbeding overeengekomen. Per 1 januari 2009 zijn werknemers in dienst getreden van Kaak, een bedrijf dat (met name brood)productielijnen vervaardigt. Rademaker vordert betaling van verbeurde boetes wegens overtreding van het geheimhoudings- en concurrentiebeding en van onrechtmatige daad (door Kaak wegens uitlokking van wanprestatie). Rademaker stelt dat werknemers (die zich inmiddels hebben gevestigd als DrieM Dough Sheeting Technology) bij Kaak een brooddeeguitrollijn hebben ontwikkeld (de d’Artagnan) die sterk lijkt op die van Rademaker. De centrale vraag in dit kortgedingappel is of vast is komen te staan dat werknemers hun geheimhoudingsbeding hebben overtreden.

Het hof oordeelt als volgt. Het enkele feit dat A, B en C tijdens hun dienstverband bij Rademaker de nodige kennis en ervaring hebben opgedaan en dat zij deze kennis en ervaring in een nieuwe werkkring bij Kaak c.s. hebben aangewend, maakt nog niet dat zij hun geheimhoudingsverplichting jegens Rademaker hebben geschonden, laat staan dat Kaak c.s. door daarvan gebruik te maken onrechtmatig jegens Rademaker hebben gehandeld. Rademaker heeft nagelaten concreet aan te geven welke, onder de geheimhoudingsbedingen vallende, gegevens A, B en C hebben doorgespeeld aan Kaak c.s. In dit kader kan de algemene verwijzing naar de ‘tijdens het dienstverband verkregen deegtechnologische kennis’ niet als een dergelijke concrete aanduiding worden aangemerkt. Rademaker heeft eveneens nagelaten verslagen van de werkgroepbesprekingen dan wel andere bescheiden in het geding te brengen, waaruit zou kunnen worden afgeleid dat en zo ja, welke, onder de geheimhoudingsbedingen vallende informatie via A, B en C bij Kaak c.s. terecht is gekomen. Rademaker heeft in plaats van een dergelijke verwijzing naar concreet prijsgegeven onder de geheimhoudingsbedingen vallende informatie, haar stelling dat Kaak c.s. gebruik hebben gemaakt van onder de geheimhoudingsbedingen vallende informatie van Rademaker afkomstig van A, B en C, afgeleid uit de navolgende, door haar gestelde, omstandigheden: (a) B en A beschikten bij aanvang van het brooddeeguitrollijnproject bij Rademaker niet over kennis om de gewenste brooddeeguitrollijn te produceren; (b) De werkgroep van Rademaker, waarvan B en A deel uitmaakten, heeft vertrouwelijke, niet in het publieke domein voorhanden zijnde kennis ontwikkeld; (c) Kaak c.s. waren onbekend met uitrollijnen en hadden op dit gebied geen kennis en ervaring; (d) Rademaker heeft tweeëneenhalf jaar nodig gehad voor de ontwikkeling van haar brooddeeguitrollijn, waar Kaak c.s. konden volstaan met ten hoogste een jaar. Blijkens de octrooiaanvraag van Kaak van 28 november 2008 was het meest essentiële deel van de lijn, de deegwalsinrichting, zelfs toen al – minder dan drie maanden na aanvang – in een vergevorderd stadium van ontwikkeling; (e) de door de rechtbank benoemde deskundige Gort heeft gerapporteerd dat er vier unieke punten zijn in de door Rademaker ontwikkelde brooddeeguitrollijn en dat delen van de door Kaak c.s. ontwikkelde lijn herkenbaar zijn als afkomstig uit de door Rademaker ontwikkelde lijn; (f) de combinatie en opstelling van de verschillende onderdelen van de door Rademaker ontwikkelde brooddeeguitrollijn is maatwerk. Het hof oordeelt dat – mede gezien het gemotiveerde verweer en de beperkte mogelijkheid van bewijsvoering/getuigenverhoor in kort geding – Rademaker vooralsnog niet geslaagd moet worden geacht in het leveren van bewijs.