Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/SGJ Christelijke Jeugdzorg
Rechtbank Midden-Nederland, 1 juni 2012
ECLI:NL:RBUTR:2012:BX1127

werknemer/SGJ Christelijke Jeugdzorg

Partijen hebben overeenstemming bereikt over functiewijziging na arbeidsongeschiktheid. Ten aanzien van salarisverlaging is aan de criteria uit het arrest Stoof/Mammoet voldaan

Werknemer is sinds 1983 in dienst van SGJ. Sinds 2004 bekleedt hij de functie van sectormanager in de sector Toegang, Gezinsvoogdij en Voogdij. In september 2010 is hij door neurologische klachten voor deze functie uitgevallen. Vanaf maart 2011 is hij als stafmedewerker projecten gaan werken. Deze functie ligt twee salarisschalen lager dan de functie sectormanager. Nadat werknemer weer volledig arbeidsgeschikt is, weigert SGJ werknemer tewerk te stellen in zijn oude functie. SGJ stelt dat overeenstemming is bereikt over de functiewijziging. Thans vordert werknemer wedertewerkstelling in zijn oude functie.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werknemer stelt dat hij zich aanvankelijk niet heeft verzet tegen de functiewijziging omdat hij nog gedeeltelijk arbeidsongeschikt was en niet in staat was om weer volledig als sectormanager aan de slag te gaan. Hij ging ervan uit dat pas als duidelijkheid bestond over de vraag of hij al dan niet blijvend ongeschikt zou zijn voor de functie als sectormanager, een definitief besluit hierover genomen zou worden. Hiervoor zijn echter op voorhand onvoldoende aanknopingspunten te vinden. Veeleer komt het beeld naar voren dat partijen over de functiewijziging op zichzelf overeenstemming hebben bereikt, maar dat werknemer niet akkoord was met de bijkomende voorwaarden, waaronder het salaris en het voorstel rondom loopbaanbegeleiding. Ten aanzien van de salariswijziging is aan de drie criteria uit het arrest Stoof/Mammoet voldaan. Werknemer wordt in de hoogste trede ingeschaald en er is een afbouwregeling voorgesteld. Voorts is van belang dat uit de stellingen van SGJ kan worden afgeleid dat zij zich van meet af aan bereid heeft verklaard om te onderzoeken of het door middel van loopbaanbegeleiding mogelijk is te komen tot een plaatsing in een hogere functie. Volgt afwijzing van de vordering.