Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam, 10 juli 2012
ECLI:NL:GHAMS:2012:BX3132
werknemer/Stichting Exploitatie Dierenopvangcentrum Amsterdam
Werknemer is sinds 1977 in dienst van (een rechtsvoorganger van) Dierenopvangcentrum als dierenarts-directeur. Hij is met ingang van 6 september 2004 volledig arbeidsongeschikt. Dierenopvangcentrum heeft de arbeidsovereenkomst tegen 8 september 2006 opgezegd. In januari 2007 is de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden. Thans is in geschil of partijen zijn overeengekomen dat werknemer recht heeft op veertig vakantiedagen per jaar. Werknemer vordert betaling van 513,75 uren niet opgenomen en niet vergoede vakantie. De kantonrechter heeft werknemer een bewijsopdracht gegeven en uiteindelijk de vordering afgewezen.
Het hof oordeelt als volgt. De jaarstukken over 2005, waarin de 513,75 vakantie-uren zijn opgenomen, zijn niet opgesteld met het doel de rechten tussen partijen vast te leggen. Dit is dus geen erkenning van die rechten door Dierenopvangcentrum. Terecht heeft de kantonrechter geoordeeld dat werknemer er niet in geslaagd is te bewijzen dat partijen zijn overeengekomen dat werknemer recht heeft op veertig vakantiedagen per jaar. Een oud-bestuurslid heeft weliswaar als getuige verklaard dat midden jaren negentig in een vergadering is besloten werknemer deze vakantiedagen toe te kennen, maar uit de getuigenverklaring van werknemer blijkt dat de afspraak rond de jaren 1984 tot 1986 moet zijn gemaakt. Aan de verklaring van het oud-bestuurslid wordt derhalve geen waarde gehecht. Volgt bekrachtiging van de vonnissen.