Rechtspraak
werknemer/Anco Holland B.V. c.s.
Werknemer, in dienst van Anco, is in 2006 een arbeidsongeval overkomen. Hij is op een steiger gestruikeld over een uit de vloer stekend draadeinde van circa 10 centimeter hoog. Hij is daardoor op de circa 60 centimeter lager gelegen valbescherming van de steiger en vervolgens op de circa 2,25 meter lager gelegen steigervloer gevallen. Hij is volledig arbeidsongeschikt geraakt. Werknemer stelt Anco en/of Bouwcombinatie en/of RIZ en/of Strukton en/of NN aansprakelijk voor zijn schade. Hij baseert zijn vordering op artikel 7:658 BW en artikel 7:611 BW. Voorts baseert hij zijn vordering jegens Bouwcombinatie, RIZ en Strukton op de artikelen 6:170, 6:162 en 6:248 BW.
In een tussenvonnis is geoordeeld dat Bouwcombinatie Anco opdracht gegeven om in onderaanneming bepaalde werkzaamheden te verrichten. Werknemer, in dienst van Anco, heeft deze werkzaamheden (deels) verricht. Het is dus niet zo, anders dan werknemer kennelijk meent, dat Bouwcombinatie, RIZ en/of Strukton werknemer als inleenkracht arbeid hebben laten verrichten. Zij zijn derhalve geen werkgevers in de zin van artikel 7:658 lid 4 BW. Anders dan Anco meent, is de bevinding van de Arbeidsinspectie dat de Arbeidsomstandighedenwetgeving niet is overtreden niet voldoende om aan te nemen dat geen sprake is geweest van een gevaarlijke situatie. De kantonrechter heeft de zaak aangehouden en vragen gesteld over het verwijderen van de randbeveiliging en de steigerconstructie.
Thans oordeelt de kantonrechter als volgt. Uit het deskundigenrapport blijkt dat de dakrandbeveiliging niet verwijderd hoeft te worden om een muurplaat te bevestigen. Daarnaast is de werkplek niet voldoende veilig door de minimale aanwezigheid van veiligheidsbarrières. Gelet op het deskundigenoordeel wordt geoordeeld dat in rechte vaststaat dat Anco niet heeft voldaan aan de uit artikel 7:658 lid 1 BW voor haar voortvloeiende zorgplicht. Met enkel de plaatsing van de steiger met een vloer die op circa 2,25 meter lager gelegen is dan de verdiepingsvloer waarvan werknemer is gevallen, is niet aan de zorgplicht voldaan. Hierbij wordt in aanmerking genomen het reële risico op ernstig letsel bij een val van hoogte, welk risico zich heeft verwezenlijkt bij het onderhavige ongeval ondanks de aanwezigheid van de hiervoor bedoelde steiger. Volgt toewijzing van de vordering jegens Anco. De vorderingen jegens Bouwcombinatie, RIZ en Strukton worden afgewezen.