Rechtspraak
werknemer/werkgever
Werknemer is in dienst getreden als dakdekker. Naderhand is hij tewerkgesteld als magazijnbeheerder, waarbij werknemer desgevraagd en incidenteel dakdekkerswerk heeft verricht. Thans verzoekt werknemer ontbindingvan de arbeidsovereenkomst met C=1,5. Hij stelt dat hij in 2009 ten onrechte op staande voet is ontslagen. Zijn naam is toen niet gezuiverd. Nadat het UWV WERKbedrijf in februari 2012 geen toestemming heeft gegeven voor opzegging van de arbeidsovereenkomst, heeft werkgever ten onrechte eenzijdig besloten de functie magazijnbeheerder te laten vervallen. Aan werknemer is de functie dakdekker aangeboden. Hij weigert deze functie te accepteren.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Omdat werknemer niet (meer) bereid is om in de toekomst arbeid voor werkgever te verrichten, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Aan de hand van Stoof/Mammoet wordt geoordeeld dat werknemer akkoord diende te gaan met het voorstel zijn functie in die van dakdekker te wijzigen. Dat als gevolg van de slechte bedrijfseconomische situatie en het hoge ziekteverzuim kosten bespaard moeten worden staat voldoende vast. Er is voldoende aanleiding geweest tot het laten vervallen van de functie van magazijnbeheerder en werknemer voor te stellen zijn functie te wijzigen in die van dakdekker. Het voorstel is redelijk, omdat zo veel mogelijk met de belangen van werknemer rekening is gehouden. Werknemer is een jaar ‘ontslagbescherming’ aangeboden om de levende onrust en spanning weg te nemen. Aanvaarding kan redelijkerwijs van werknemer worden verlangd. Er is derhalve geen reden om werknemer een vergoeding toe te kennen. Dat werknemer stelt dat hij in 2009 ten onrechte op staande voet is ontslagen op grond waarvan hem nu een vergoeding moet worden toegekend maakt dit niet anders, omdat werknemer, nadat zijn kosten voor juridische bijstand zijn vergoed, in 2009 niet op deze kwestie is teruggekomen.