Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland, 27 september 2012
ECLI:NL:RBALK:2012:BY2869
Stichting Nieuw Kranenburg, centrum voor kunst cultuur en natuureducatie/werknemer
Werknemer is sinds 2010 als directeur/bestuurder in dienst van Kranenburg, vanaf 1 januari 2011 voor onbepaalde tijd. Na een onderzoek door een onderzoeksbureau naar mogelijke misstanden, zijn leden van de RvT afgetreden. De door de burgemeester van de gemeente Bergen nieuw aangestelde RvT heeft werknemer ontslagen als directeur van Kranenburg. Thans verzoekt Kranenburg ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens disfunctioneren. Werknemer is aangetrokken om zorg te dragen voor de organisatie en tijdige totstandkoming van het nieuwe museale centrum, maar heeft op vele manieren zijn taken veronachtzaamd. Onder meer heeft hij de subsidieaanvraag voor 2012 niet tijdig en volledig ingestuurd bij de gemeente Bergen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het gestelde disfunctioneren is voldoende aannemelijk geworden. De subsidieaanvraag voor 2012 is niet tijdig bij de gemeente Bergen ingediend; zelfs (uitgestelde) deadlines waren verstreken. Terecht stelt Kranenburg dat werknemer hiervan een ernstig verwijt kan worden gemaakt, omdat de gemeente veruit de grootste subsidieverstrekker is en het voortbestaan van Kranenburg daarvan afhangt. Uit het onderzoeksrapport blijkt dat er voor Kranenburg en de gemeente Bergen voldoende redenen waren om op korte termijn stappen te ondernemen ten aanzien van zowel de RvT als werknemer. Hoewel werknemer aanvoert dat een verbetertraject had moeten plaatsvinden, ligt dat in dit geval genuanceerder, gelet op de positie die werknemer als directeur van de Stichting bekleedde. Hij was zelf voor een groot deel verantwoordelijk voor het beleid van Kranenburg en er moest op korte termijn orde op zaken worden gesteld om de gestelde doelen alsnog tijdig te kunnen realiseren. Niet onbegrijpelijk is dat tot ontslag van werknemer als directeur is overgegaan. Mede gelet op het korte dienstverband, het feit dat er geen klachten zijn geweest gedurende het eerste jaar van zijn functioneren, zijn niet betwiste inzet wat betreft de museale kant van zijn werk – waaronder zijn uitstekende contacten in de museale wereld –, zijn leeftijd, de hoogte van zijn salaris en ten slotte zijn kansen op de arbeidsmarkt wordt een vergoeding van € 29.000 bruto toegekend.