Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/De Koninklijke Nederlandse Munt N.V.
Rechtbank Midden-Nederland, 21 december 2012
ECLI:NL:RBUTR:2012:BY8051

werkneemster/De Koninklijke Nederlandse Munt N.V.

Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek arbeidsongeschikte medewerkster assemblage na drie jaar ziekte. Geen toekenning vergoeding, omdat werkneemster weigert mee te werken aan re-integratie in tweede spoor

Werkneemster (54 jaar), is sinds 2002 in dienst van de Koninklijke Nederlandse Munt (KNM) als medewerker assemblage. Sinds maart 2009 is zij arbeidsongeschikt. Ze heeft passend werk bij KNM verricht, maar haar klachten aan arm en hand zijn verergerd. Een deskundige van het UWV heeft vastgesteld dat het eigen werk op onderdelen te zwaar is en dat zal moeten worden gekeken naar re-integratie in het tweede spoor. Werkneemster weigert hieraan mee te werken. Het UWV heeft KNM een loonsanctie opgelegd wegens het verrichten van onvoldoende re-integratie-inspanningen. Re-integratie in het eerste spoor is onvoldoende onderzocht en er is te laat ingezet op re-integratie in het tweede spoor. Thans verzoeken zowel werkneemster als KNM, na afloop van de loondoorbetalingsverplichting, ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Er is geen grond voor toekenning van een vergoeding. KNM heeft onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht. Het feit dat werkneemster overduidelijk de re-integratie in het tweede spoor heeft afgewezen, vormt geen rechtvaardiging voor het uitblijven van die re-integratie. Na de opgelegde loonsanctie heeft KNM onvoldoende gedaan om werkneemster van de ernst van haar situatie en de absolute noodzaak tot re-integratie tweede spoor te overtuigen. De weigering van werkneemster om te re-integreren in het tweede spoor wordt haar aangerekend. Omdat ook KNM een verwijt treft, ligt het in beginsel voor de hand om KNM te belasten met een vergoeding ter tegemoetkoming in de kosten die KNM anders had moeten maken indien het re-integratiebureau Restart haar taak niet in het derde jaar had neergelegd. Niet aannemelijk is echter geworden dat werkneemster aan haar re-integratie tweede spoor wil werken omdat zij het standpunt inneemt dat zij niet kan werken. Dat laatste kan juist zijn, maar dan past het niet haar werkgever te verwijten dat die zich onvoldoende heeft ingezet haar toch aan het werk te helpen. Het is van tweeën één. Volgt ontbinding zonder toekenning van een vergoeding.