Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Hanzehogeschool Groningen/werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 11 december 2012
ECLI:NL:GHLEE:2012:BY9365

Stichting Hanzehogeschool Groningen/werknemer

Langdurig ziekteverzuim en onrust binnen het MT vormen geen ‘gewijzigde omstandigheden op het werk’ die het doen van een wijzigingsvoorstel door de Hogeschool aan een van haar teamleiders rechtvaardigt. Vrees voor uitval tijdens belangrijke accreditatieperiode ongegrond, nu werkneemster arbeidsgeschikt is verklaard door de bedrijfsarts

Werkneemster is vanaf september 1988 werkzaam bij (de rechtsvoorganger van) Hanzehogeschool, laatstelijk in de functie van teamleider onderwijs (B) met een volledige normbetrekking. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO-HBO van toepassing. In artikel C-3 CAO-HBO staat onder meer opgenomen dat onder omstandigheden een wijziging in functie kan plaatsvinden. Werkneemster is in 2011 en 2012 langdurig (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt geweest in verband met, onder meer, hartklachten. Hanzehogeschool heeft besloten dat de interim-teamleider in het studiejaar 2012-2013 de taken van werkneemster zal overnemen (mede ingegeven vanwege het feit dat in deze periode de opleiding waarvoor werkneemster verantwoordelijk was geaccrediteerd moest worden en de kans op uitval van werkneemster (te) groot is). Werkneemster heeft zich tegen deze gang van zaken verzet en vordert dat zij na de zomerstop in haar eigen functie wordt hersteld.

Het hof oordeelt als volgt. Anders dan Hanzehogeschool stelt, zijn artikelen C-3 en E-3 niet van toepassing op het onderhavige geval. Het eenzijdig wijzigingsbeding aldaar is geclausuleerd geformuleerd (namelijk alleen in die gevallen waarin volledige tewerkstelling niet mogelijk is). Dat is in casu niet aan de orde. De kantonrechter heeft vervolgens de Stoof/Mammoet-criteria aangelegd en geoordeeld dat in casu geen sprake is van gewijzigde omstandigheden op het werk die aanleiding vormden tot het doen van een voorstel. Naar voorlopig oordeel van het hof vormen de te verwachten accreditatie in combinatie met de ziektegeschiedenis van werkneemster onvoldoende grondslag voor een wijziging van omstandigheden die een wijzigingsvoorstel rechtvaardigt. Daarbij is allereerst van belang dat de bedrijfsarts werkneemster per 25 juni 2012 hersteld heeft verklaard. Hanzehogeschool mocht er dan ook niet van uitgaan dat werkneemster weer zou uitvallen wegens ziekte. Bovendien had Hanzehogeschool tijdens de periode van (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid van werkneemster vanaf maart 2012 voorzien in ondersteuning van werkneemster in de persoon van de interim-teamleider. In juni 2012 was bekend dat de interim-teamleider ook na de zomervakantie beschikbaar was. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien waarom de door Hanzehogeschool hoog op prijs gestelde continuïteit niet kon worden gewaarborgd door de inzet van werkneemster en de interim-teamleider tezamen, waarbij de interim-teamleider een deel van de taken van werkneemster kon waarnemen. Ten slotte is bij gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep gebleken dat aan werkneemster de functie van teamleider onderwijs (B) aan de afdeling Vastgoed en Makelaardij van het Instituut voor Bedrijfskunde van Hanzehogeschool is aangeboden en dat ook deze afdeling binnenkort geaccrediteerd wordt. Nu de gezondheidssituatie van werkneemster niet in de weg staat aan het aanbieden door Hanzehogeschool van een functie als teamleider onderwijs (B) aan een te accrediteren opleiding van Hanzehogeschool, heeft Hanzehogeschool onvoldoende onderbouwd dat die gezondheidssituatie in combinatie met de accreditatie van de afdeling Vormgeving van Minerva wél een onoverkomelijk probleem, en aldus een gewijzigde omstandigheid, vormt.

Het feit dat vanwege een vermeend arbeidsconflict het MT van de opleiding het onwenselijk acht dat werkneemster terugkeert in haar hoedanigheid, is een omstandigheid die voor rekening en risico van werkgever komt. Het rechtvaardigt geen wijzigingsvoorstel.