Rechtspraak
werkneemster/werkgeefster
Werkneemster is sinds 1999 als reclasseringsmedewerkster in dienst van werkgeefster, een erkende organisatie voor verslavingsreclassering. Werkneemster is op staande voet ontslagen wegens het aangaan van een intieme seksuele relatie met een cliënt. Hiermee heeft zij de geldende gedragscode overtreden. Voorts wordt het haar kwalijk genomen dat ze de relatie aanvankelijk meerdere malen met klem heeft ontkend. Thans beroept werkneemster zich op de vernietigbaarheid van het ontslag en vordert wedertewerkstelling.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De teamleider en de afdelingsmanager hebben ter zitting verklaard dat zij uit de verklaringen van werkneemster jegens hen hebben afgeleid dat sprake is geweest van een seksuele intieme relatie. Werkneemster heeft zelf niet erkend dat sprake is geweest van een seksuele relatie. Nu werkgeefster geen verslagen van de gesprekken heeft opgemaakt, die werkneemster voor akkoord heeft getekend, zijn de conclusies van werkgeefster niet op juistheid, althans aannemelijkheid te toetsen. Deze procedure leent zich niet voor een getuigenverhoor. Anders dan werkgeefster stelt, heeft werkneemster slechts eenmalig de seksuele relatie ontkend. Geoordeeld wordt dat de gestelde intieme seksuele relatie onvoldoende aannemelijk is geworden. Werkgeefster heeft niet gesteld dat zij ook tot het ontslag op staande voet zou zijn overgegaan, indien de seksuele aard van de relatie van werkneemster met de cliënt niet komt vast te staan en dat dit ook duidelijk voor werkneemster moet zijn geweest (HR 16 juni 2006, NJ 2006, 340). De loonvordering en vordering tot wedertewerkstelling worden toegewezen. Het voorwaardelijk ingediende ontbindingsverzoek is afgewezen.