Rechtspraak
werkneemsters/X c.s.
Werkneemsters zijn in dienst van Public Toilet en werkzaam als toiletjuffrouw in het toiletgebouw in de hal van Utrecht Centraal Station. Op de arbeidsovereenkomsten is de algemeen verbindend verklaarde CAO Schoonmaak- en Glazenwassersbedrijf (hierna: cao) van toepassing. Op of omstreeks 31 december 2012 is de exploitatieovereenkomst tussen NS en Public Toilet geëindigd en is een exploitatieovereenkomst ingegaan tussen NS en X c.s. Werkneemsters hebben een arbeidsovereenkomst door X c.s. aangeboden gekregen. Werkneemsters stellen dat sprake is van een overgang van onderneming en vorderen nakoming van de arbeidsvoorwaarden zoals die golden voor de overgang van onderneming.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat de werknemers die de schoonmaakactiviteiten in het toiletgebouw op Utrecht Centraal Station verrichten, een voor overname vatbare eenheid betreffen en derhalve onder het begrip onderneming in de zin van Richtlijn 2001/23/EG vallen. Evenmin is weersproken dat in ieder geval zes van de zeven medewerkers een arbeidsovereenkomst met X c.s. zijn aangegaan. Bij de beoordeling van het identiteitsbehoud moet rekening worden gehouden met alle feitelijke omstandigheden die de betrokken overgang kenmerken (HvJ EG 18 maart 1986, NJ 1987, 502 (Spijkers)). De schoonmaaksector is een arbeidsintensieve sector. Nu X c.s. niet alleen de betrokken activiteit, namelijk het reinigen van toiletten, voortzet, maar ook een wezenlijk deel van het personeel dat Public Toilet voor deze taak had ingezet overneemt, behoudt de onderneming derhalve haar identiteit, ook zonder dat er productiemiddelen zijn overgegaan (HvJ EG 11 maart 1997, JAR 1997/91 (Süzen)). Het feit dat X c.s. het uiterlijk van de toiletruimte aan het veranderen is en andere schoonmaakproducten heeft ingevoerd kan daar niet aan afdoen.
Dat X c.s. op grond van artikel 38 van de cao verplicht was de werknemers die op het moment van totstandkoming van de nieuwe exploitatieovereenkomst werkzaam waren als toiletjuffrouw op het centraal station over te nemen, doet er evenmin aan af dat er sprake is van overgang van een economische eenheid (HvJ EG 24 januari 2002, JAR 2002/47 (Temco)). Aannemelijk is dat een bodemrechter zal oordelen dat sprake is van overgang van onderneming. Voor zover X c.s. een beroep doet op onderdeel 6 van artikel 38 van de cao, te weten de verplichting van het verliezende bedrijf bij contractwisseling om de rechten boven de cao af te bouwen tot het niveau van de cao, wordt overwogen dat deze bepalingen kennelijk zijn bedoeld aan de werknemer een minimumbescherming te verstrekken, voor het geval er geen sprake kan worden geacht te zijn van overgang van onderneming. Nu er sprake is van overgang van onderneming gaan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst tussen werkneemsters en Public Toilet van rechtswege over op X c.s., dus ook de rechten van werkneemsters die uitstijgen boven de cao.