Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant, 13 maart 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ4252
Stichting Integraal Kankercentrum Zuid/werkneemster
Werkneemster is sinds 2000 in dienst van de Stichting Integraal Kankercentrum Zuid (hierna: Stichting IKZ). Sinds 2003 is zij bestuurder. In 2012 is vanuit het ministerie van VWS bericht dat een fusie met IKNL onvermijdelijk is. Werkneemster heeft aan de raad van toezicht kenbaar gemaakt het niet eens te zijn met de opgestelde letter of intent (hierna: LOI). Werkneemster heeft vervolgens een brief gezonden aan een grote groep betrokkenen binnen het werkveld van IKZ, zoals medewerkers van IKZ en diverse belangenorganisaties en zorginstellingen die betrokken zijn bij de kankerzorg in Nederland. Gebleken is dat de raad van toezicht en werkneemster van inzicht blijven verschillen over ondertekening van de LOI. De raad van toezicht heeft het vertrouwen in werkneemster opgezegd en haar als bestuurder ontslagen. Thans verzoekt Stichting IKZ ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De arbeidsovereenkomst wordt wegens vertrouwensbreuk ontbonden. Gelet op het expliciete verzoek om het gesprek met het werkveld gezamenlijk aan te gaan, is het vervolgens buiten de raad van toezicht om versturen van een brief door werkneemster niet handig geweest. De kantonrechter heeft begrip voor de opstelling van Stichting IKZ, maar anderzijds kan uit het oogpunt van haar taak als bestuurder werkneemster niet worden verweten dat zij de LOI niet wenste te ondertekenen, indien zij van oordeel was dat deze geen recht deed aan de belangen van Stichting IKZ. Bovendien heeft VWS alsnog een subsidie verstrekt voor de eerste drie maanden van 2013, omdat VWS ook het belang van een zorgvuldig traject inzag. En dat was precies wat werkneemster bepleitte, het volgen van een zorgvuldig traject. Dat niet meer serieus is gesproken over een alternatieve functie voor werkneemster, is het gevolg van het verstoord raken van de verhouding tussen partijen. De verstoorde arbeidsrelatie is niet in overwegende mate aan een van partijen te wijten. Wel valt de ontbindingsgrond voor een groot deel in de risicosfeer van Stichting IKZ. Derhalve dient aan werkneemster een vergoeding te worden toegekend. Stichting IKZ heeft zich beroepen op de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT), die op 1 januari 2013 in werking is getreden. De kantonrechter stelt voorop dat zij niet gebonden is aan de WNT. Gelet op de doelstelling van de wet, het normeren van beloningen in organisaties in de (semi)publieke sector die geheel of gedeeltelijk worden gefinancierd met overheidsgeld, is de WNT echter wel een factor die van belang wordt geacht en zal worden meegewogen bij het bepalen van de vergoeding. In dit geval is een vergoeding van € 75.000 niet billijk. Daar staat tegenover dat, nu geen sprake is van verwijtbaarheid, een correctiefactor hoger dan 1 ook zeker niet aan de orde is. Alle omstandigheden afwegend, wordt een vergoeding met C=0,75 (€ 159.750,97) aangewezen geacht.