Rechtspraak
werknemer/N.V. Rendo
Werknemer is sinds 2001 in dienst van N.V. Rendo. Sinds 2003 is hij (titulair) directeur Rendo Netwerken. N.V. Rendo is onderdeel van de Rendogroep. De Rendogroep exploiteert – kort samengevat – infrastructuur waarlangs gas en elektriciteit aan eindgebruikers wordt geleverd. Besloten is om een project te starten waarbij stroom in Steenwijk wordt opgewekt. Dit project wordt uitgevoerd door SGI. SGI is in 2007 opgericht, waarbij de ex-echtgenote van werknemer een calloptie kreeg. Op 1 oktober 2008 en 29 oktober 2009 heeft werknemer overboekingen van respectievelijk € 7,5 en € 2 miljoen aan de dochters van SGI gefiatteerd, ter uitvoering van door de Rendogroep verstrekte achtergestelde geldleningen. Uit de jaarstukken blijkt dat de Rendogroep in 2009 € 15,8 miljoen aan achtergestelde leningen heeft verstrekt aan SGI en haar dochters. Eind 2009 heeft werknemer een onderneming opgericht. Deze onderneming heeft de rechten uit de calloptie uitgeoefend, voor € 6.000 aandelen in SGI gekocht en deze binnen een maand door SGI laten inkopen voor € 2,7 miljoen. Werknemer heeft voor zijn aandelen in SGI in totaal € 2,25 miljoen ontvangen. Hij is op 4 december 2012 door de FIOD gearresteerd op verdenking van fraude. Op 31 december 2012 is hij op staande voet ontslagen. Thans vordert hij vernietiging van het ontslag en wedertewerkstelling.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Het verweer van werknemer dat het ontslag op staande voet niet aan de formele vereisten voldoet, omdat niet duidelijk zou zijn uit welke functie werknemer werd ontslagen en de dringende reden niet uit de ontslagbrief zou blijken, wordt verworpen. Vaststaat dat werknemer samen met een ex-bestuurder van de Rendogroep aandelen in SGI heeft gehad en dat hij deze in 2009 door SGI heeft laten inkopen. Werknemer erkent ook dat hij dit pas na zijn aanhouding in december 2012 aan de RvC van de Rendogroep heeft verteld. De Rendogroep heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij miljoenen op haar investeringen in SGI zal moeten afschrijven, terwijl werknemer voor zijn aandelen in dat bedrijf € 2,25 miljoen heeft ontvangen. De stelling van werknemer dat hij altijd te goeder trouw heeft gehandeld, is niet overtuigend. Werknemer heeft zich ervan bewust moeten zijn dat directieleden van de Rendogroep ter voorkoming van tegenstrijdige belangen geen aandelen behoren te nemen in bedrijven waarmee de Rendogroep zaken doet. De statuten van N.V. Rendo verbieden vanaf medio 2008 zelfs expliciet dat bestuursleden dit doen. Dat kan werknemer moeilijk zijn ontgaan. Werknemers verweer dat hij zijn belang in SGI niet hoefde te melden omdat hij vóór medio 2012 geen bestuurder was en toen hij dat wel werd geen aandelen meer had, gaat evenmin op. Ook van een titulair directeur mag verwacht worden dat hij in de geest van statuten en relevante wetgeving handelt. Geoordeeld wordt dat werknemer zijn plichten tegenover de Rendogroep ernstig heeft verzaakt en dat N.V. Rendo toen zij van zijn aandelenbelang in SGI en de inkoop daarvan op de hoogte raakte, een voldoende dringende reden had om hem te ontslaan.