Rechtspraak
werknemer/Stichting Altrecht
Werknemer is sinds 2009 in dienst van Altrecht als sociotherapeutisch medewerker. Werknemer werkt als groepsleider met jongeren die ernstige psychische en gedragsproblemen hebben. Werknemer is door X, een van de jongeren, in de uitoefening van zijn werkzaamheden bij een incident hard tegen zijn knie geschopt. Werknemer is aan zijn kruisband geopereerd, maar blijft knieklachten houden. In de onderhavige deelgeschilprocedure verzoekt werknemer voor recht te verklaren dat Altrecht ex artikel 7:658 BW aansprakelijk is voor de schade. Hij voert daartoe aan dat Altrecht haar zorgplicht heeft geschonden onder meer door haar personeel onvoldoende op te leiden in het voorkomen van en omgaan met geweldsincidenten. Werknemer had van de verplichte training Praktisch Penitentiair Optreden (hierna: PPO-training) nog alleen de eerste dag gevolgd. Ten onrechte is nagelaten voor X een bejegeningsplan op te stellen. Daarnaast is op de dag van het incident te laat alarm gemaakt, omdat een collega in de veronderstelling verkeerde dat alleen de in conflict zijnde sociotherapeut, werknemer zelf, dat mocht doen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Anders dan Altrecht stelt, is werknemer ontvankelijk in zijn verzoek. Voor het werken met potentieel gewelddadige patiënten heeft de Hoge Raad in het arrest De Rooyse Wissel (HR 11 november 2011, AR 2011-0922) het te hanteren toetsingskader vastgesteld. Anders dan Altrecht heeft betoogd, is er geen aanleiding om de door de HR geformuleerde regels niet ook hier toe te passen. Altrecht heeft erkend dat afdeling Barentsz een ‘last resort’ is voor jongeren met ernstige persoonlijkheidsproblematiek en gedragsstoornissen, die onvoorspelbaar zijn en zich agressief kunnen gedragen. Nu aan het werken met patiënten, zoals X, inherent is dat gevaar bestaat voor geweldpleging tegen het personeel en vaststaat dat dit gevaar zich tegenover werknemer heeft verwezenlijkt, ligt het op de weg van Altrecht om te stellen dat zij ervoor heeft zorggedragen dat aan het vereiste, op de bedoelde structurele gevaren toegesneden, hoge veiligheidsniveau van de werkomstandigheden is voldaan. Hierin is Altrecht niet geslaagd. Hoewel Altrecht een aantal algemene veiligheidsmaatregelen heeft getroffen (met verschillende plannen en trainingen), heeft het aan toezicht op de naleving van de voorschriften ontbroken en daarmee is Altrecht tekortgeschoten in het treffen van de op het risico, verbonden aan de omgang van het personeel met patiënt X, toegesneden specifieke maatregelen. Hoewel het protocol dit voorschrijft, was geen bejegeningsplan voor X opgesteld en heeft werknemer de verplichte PPO-basistraining niet voltooid. Ten onrechte is tijdens de PPO-training geen aandacht besteed aan de in oktober 2007 geconstateerde onzekerheid die er bij het personeel bestond over het al dan niet gebruiken van de alarmpieper in geval van incidenten. Door het personeel onvoldoende in te scherpen dat óók alarm moet worden gemaakt als wordt geconstateerd dat een collega in nood verkeert, heeft Altrecht het ervaringsfeit veronachtzaamd dat werknemers die dagelijks in een risicovolle situatie verkeren er gemakkelijk toe worden gebracht niet alle voorzichtigheid in acht te nemen die ter voorkoming van ongelukken geraden is. Voor recht wordt verklaard dat Altrecht ex artikel 7:658 BW aansprakelijk is.