Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster c.s.
Rechtbank Midden-Nederland, 29 januari 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ8091

werknemer/werkgeefster c.s.

Werkgeefster aansprakelijk voor schade werknemer als gevolg van ongeval met roldeur. Ook als een gebouw wordt gehuurd, strekt de veiligheidsverplichting van de werkgeefster zich over dat gebouw uit

Werknemer is tijdens zijn werkzaamheden een ongeval overkomen. Tijdens de verhuizing van de spullen naar het nieuwe pand van werkgeefster is een roldeur op het achterhoofd van werknemer gevallen, waardoor hij met zijn gezicht op het laaddock is geslagen. De Arbeidsinspectie heeft werkgeefster een boete opgelegd, omdat de roldeur niet afdoende was afgeschermd. Bewegende delen van de roldeur, die gevaar opleverden, waren niet van zodanige beveiligingsinrichtingen, in casu kabelbeveiliging, voorzien, dat knel, plet- en snijgevaar voor personen zo veel mogelijk werd voorkomen. In de onderhavige deelgeschilprocedure verzoekt werknemer voor recht te verklaren dat werkgeefster aansprakelijk is voor zijn schade.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Hoewel beide partijen wel de insteek hebben om de kwestie buitengerechtelijk af te wikkelen, wil werkgeefster geen aansprakelijkheid erkennen, omdat zij bang is dat dit haar positie ten opzichte van de verhuurder van het pand mogelijk zou kunnen benadelen. Anders dan werkgeefster stelt, is het onderhavige geschil geschikt voor behandeling in een deelgeschilprocedure.

Dat sprake is geweest van een onveilige situatie doordat er geen beveiliging aanwezig was op de roldeur is naar het oordeel van de kantonrechter niet zozeer door ASR en werkgeefster betwist en is derhalve voldoende komen vast te staan. Dit brengt met zich dat de roldeur dus onveilig is. Daarmee is aansprakelijkheid van werkgeefster voor de door werknemer geleden schade op grond van artikel 7:658 BW een gegeven, tenzij werkgeefster aannemelijk kan maken dat zij haar zorgplicht is nagekomen. Werkgeefster en ASR hebben aangevoerd dat werkgeefster als huurder ten aanzien van het gebouw (en dus de daarvan deel uitmakende roldeur) geen veiligheidsverplichting had, en dat zij ervan uit mocht gaan dat het gebouw veilig was. Dit verweer gaat echter niet op. Ook als een gebouw wordt gehuurd, strekt de veiligheidsverplichting van de werkgeefster zich over dat gebouw uit. Dit betekent dat op de werkgever – in het kader van de veiligheidsverplichting jegens werknemers – de verplichting rust om het gebouw te (laten) beoordelen middels een risico-inventarisatie. Daarbij wordt ook verwezen naar het besluit van de Arbeidsinspectie die heeft geoordeeld dat het feit dat deze roldeur niet voldoende was afgeschermd een overtreding is van de Arbeidsomstandighedenwet. Werkgeefster is derhalve aansprakelijk.