Rechtspraak
werkgeefster/werkneemster
Werkneemster is sinds augustus 2008 in dienst van een supermarkt als verkoopmedewerkster. Zij is op 30 december 2012 op staande voet ontslagen, wegens verduisteren en nuttigen van bedrijfseigendommen (voor de verkoop/proeverij bestemde etenswaren zoals een stuk stokbrood, punt appeltaart, appelflap en pecannotenbroodje) en het hardnekkig zich niet houden aan de werktijden en klokprocedures. Bovendien heeft werkneemster na haar ontslag op staande voet de publiciteit gezocht en zij heeft zich in de pers en (sociale) media onvolledig uitgelaten over de feiten en omstandigheden, aldus werkgeefster. Thans verzoekt werkgeefster de arbeidsovereenkomst te ontbinden, primair wegens een dringende reden.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In de huisregels staat vermeld dat bij fraude of diefstal een zero-tolerancebeleid geldt en altijd ontslag op staande voet zal volgen. Waar door werkneemster wel is aangevoerd dat het tot haar taak behoorde om etenswaren te proeven in het kader van controle, heeft werkgeefster daar tegenover gesteld dat werkneemster haar taken te buiten is gegaan en in feite gewoon van het eten heeft gesnoept. Naar aanleiding van de ter zitting getoonde camerabeelden is voorshands voldoende gebleken dat werkneemster inderdaad – zoals het afsnijden van een stuk appeltaart het beste illustreert – etenswaren voor zichzelf heeft afgesneden en gereserveerd en dat zij in ieder geval meerdere happen van één of meerdere appelflappen heeft genomen. Voorshands is voldoende aannemelijk dat werkneemster daarbij verder is gegaan dan vanuit haar controlerende taak mag worden verwacht. Voorts wordt meegewogen dat werkneemster al eerder is gewaarschuwd, onder meer voor het nuttigen van kauwgom voordat zij deze had afgerekend. Werkneemster heeft niet de door werkgeefster opgeroepen sfeer weersproken van een medewerker die het niet zo nauw lijkt te nemen met de geldende regels en met een beschuldigende vinger naar anderen wijst, in plaats van zich de kritiek op haar handelwijze persoonlijk aan te trekken, waarbij de kantonrechter laat meewegen dat werkneemster heeft erkend dat zij ten aanzien van het eten van de appelflappen niet correct heeft gehandeld en het door werkgeefster tevens genoemde, evenwel niet aan het ontslag op staande voet mede ten grondslag gelegde, eten van een muffin onweersproken heeft gelaten. Het verwijt dat werkgeefster heeft gemaakt met betrekking tot haar uitlatingen in de media, wordt niet verder besproken. Voldoende is gebleken dat het vertrouwen over en weer weg is, zodat de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Voor toekenning van een vergoeding is geen aanleiding. Gelet op deze uitkomst behoeft niet te worden beoordeeld of het handelen van werkneemster (ook) een dringende reden oplevert.