Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam, 5 maart 2013
ECLI:NL:GHAMS:2013:CA1763
FNV Bondgenoten/Tata Steel IJmuiden BV
Tata Steel en FNV zijn (met anderen) als werkgever, respectievelijk werknemersvereniging, partijen bij de Collectieve Arbeidsovereenkomst Sociale Eenheid IJmuiden. In geschil is de uitleg van artikel 4.3 van de cao. Meer in het bijzonder gaat het om de vraag of bij uitbetaling van ADV-dagen, werknemers altijd recht hebben op een bonus over deze dagen (althans over 7,5 van de 11,5 dagen; stelling FNV) of dat de bonus alleen verschuldigd is in het jaar waarin de ADV-dagen worden verworven (stelling Tata Steel).
Het hof oordeelt als volgt. In het algemeen geldt dat ADV-dagen moeten worden opgenomen in het jaar waarin ze worden opgebouwd en dat een werknemer in beginsel geen vergoeding kan vorderen voor niet in het desbetreffende jaar genoten ADV-dagen behalve indien en voor zover partijen daarover in de cao of individueel andere afspraken hebben gemaakt. Dit is ook het in artikel 4.3 van de cao vastgelegde uitgangspunt. De aanhef van dat artikel luidt immers ‘Met inachtneming van eventuele nadere afspraken geldt dat ADV-dagen van werknemers in de vijfdaagse kantoordienst kunnen worden ingeroosterd dan wel als volgt kunnen worden benut:’ Werknemers moeten dus een keuze maken: zij moeten de ADV-dagen hetzij laten inroosteren, hetzij benutten op een van de twee daarvoor in artikel 4.3 van de cao gegeven wijzen, laten uitbetalen of sparen voor verlof. Uit de tekst van het artikel volgt ook dat de bedoelde keuze gemaakt moet worden in het jaar waarin de desbetreffende ADV-dagen worden opgebouwd. Inroostering van ADV-dagen kan immers slechts plaatsvinden in het jaar waarin de ADV-dagen worden opgebouwd. Indien gekozen wordt voor uitbetaling of verlof krijgt de werknemer de in artikel 4.3 genoemde bonus van 33,33% over maximaal 7,5 dagen. Indien niet gekozen wordt, ontstaat dat recht niet en dienen de alsdan ingeroosterde dagen in beginsel te worden opgenomen. Anders dan FNV betoogt laat de tekst van het desbetreffende artikel in de cao niet de mogelijkheid open dat werknemers op een later moment dan het jaar waarin de ADV-dagen zijn opgebouwd alsnog kiezen voor het laten uitbetalen of opnemen van niet-genoten ADV-dagen. Uitgangspunt van de tekst van het artikel is immers dat de dagen worden ingeroosterd tenzij de werknemer voor een van de twee andere mogelijkheden kiest. Die keuze moet in het desbetreffende jaar worden gemaakt omdat inroosteren anders niet meer mogelijk is. Ook het feit dat in de cao niet is bepaald dat niet-ingeroosterde ADV-dagen (die niet zijn uitbetaald of opgespaard conform het bepaalde in artikel 4.3 van de cao) vervallen, betekent, anders dan FNV betoogt, niet dat een werknemer alsnog om uitbetaling van die dagen kan verzoeken. Een werknemer heeft, zoals hiervoor reeds is overwogen, in beginsel geen recht op uitbetaling van niet-genoten ADV-dagen. Uitbetaling is alleen mogelijk indien en voor zover partijen anders zijn overeengekomen. Partijen bij de onderhavige cao hebben een dergelijke afwijkende afspraak vastgelegd. Alleen indien conform die afspraak gekozen wordt voor uitbetaling (in het desbetreffende kalenderjaar), kan de werknemer aanspraak maken op uitbetaling (met bonus). Anders niet. Dat Tata Steel bij het einde van het dienstverband de opgespaarde ADV-dagen kennelijk toch (onverplicht) uitbetaalt, brengt dan ook niet mee dat zij gehouden is daarover de bonus te betalen.