Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 1 juli 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:2742
Inkasso Unie B.V./werknemer
Werknemer is sinds 1984 in dienst van Inkasso Unie, laatstelijk als adjunct-directeur. Hij is sinds januari 2013 arbeidsongeschikt. Inkasso Unie heeft bij het UWV melding gedaan van collectief ontslag. Voor 23 werknemers zijn ontslagvergunningen aangevraagd. Onderdeel van de reorganisatie is de inrichting van een nieuw functiehuis waarin de taken van de adjunct-directeur zijn verspreid over meerdere rollen binnen de organisatie. Inkasso Unie heeft vervolgens op basis van ervaring, vaardigheden, competenties, capaciteiten en het laatstverdiende loon de geschiktheid van werknemer bepaald. Werknemer is volgens Inkasso Unie onvoldoende gekwalificeerd voor een van de nieuwe functies. Hij is hierdoor definitief boventallig geworden. Thans verzoekt Inkasso Unie ontbinding.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het door Inkasso Unie gekozen type reorganisatie waarbij een nieuw functiehuis wordt gecreëerd met deels zwaardere functies is in beginsel toelaatbaar. Indien daarbij ontslagen aan de orde zijn dient echter wel naar objectieve maatstaven te kunnen worden getoetst of bij invulling van de nieuwe vacatures voldoende zorgvuldig is geselecteerd en geen sprake is geweest van willekeur. Dat de unieke functie van adjunct-directeur is komen te vervallen is voldoende aannemelijk gemaakt. Vast staat dat werknemer op 14 maart 2013 een brief met een aanzienlijke hoeveelheid bijlagen heeft ontvangen – waaronder het concept sociaal plan – waarin hij (definitief) boventallig werd verklaard en waarbij hij feitelijk één dag heeft gekregen om op de bijlagen te reageren en zijn belangstelling voor een van de nieuwe functies kenbaar te maken. Mede door de tijdsnood waarin werknemer stelt te zijn komen te verkeren heeft hij onder meer gekozen voor een categorie 1-functie die feitelijk niet vacant was. Vast staat eveneens dat werknemer – daarin ondersteund door de bedrijfsarts – van mening was dat hij door zijn ziekte niet voldoende in staat was de voorgeschreven testprocedure met assessment naar beste kunnen te doorlopen. Inkasso Unie stelt vervolgens zelf op basis van ervaring, vaardigheden en competenties te hebben bepaald dat voor werknemer geen passende functie in het nieuwe functiehuis voorhanden is, maar die stelling is gelet op de staat van dienst van werknemer onvoldoende onderbouwd. Mede door zijn ziekte heeft werknemer geen faire kans gehad om mee te dingen naar een van de nieuwe functies. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.