Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 20 maart 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:2687
PON Logistics B.V./werknemer
Werknemer is sinds 2007 in dienst van PON Logistics. Hij is begonnen in de functie van logistiek medewerker op de losplaats. Vanaf 21 juni 2010 is hij op zijn verzoek tijdelijk aangesteld als medewerker postkamer. Na ommekomst van de termijn werd werknemer niet geschikt geacht voor de door hem geambieerde functie van medewerker Quick Service Punt. Met ingang van 7 augustus 2012 zou werknemer (weer) gaan werken als medewerker Ommontage op de losplaats. Werknemer viel hierna keer op keer uit, veelal met niet medisch gerelateerde klachten. PON Logistics heeft er geen vertrouwen meer in dat werknemer alsnog zijn werk naar behoren zal vervullen en verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Feitelijk beginnen de problemen op het moment dat werknemer afgewezen wordt voor de functie van medewerker Quick Service Punt en hij (weer) terug moet naar de losplaats. De verwijten die werknemer worden gemaakt kunnen niet zozeer als disfunctioneren worden gekwalificeerd alswel als het onvermogen om zich over die teleurstelling heen te zetten en een nieuwe start te maken. Er is geen medische oorzaak voor de ziekmeldingen van werknemer. Werknemer heeft ter zitting ook aangegeven dat het hem na de afwijzing voor de functie van medewerker Quick Service Punt aan energie ontbreekt. Hiervoor heeft PON Logistics een coach ingeschakeld en dit traject heeft werknemer succesvol doorlopen, ook is de fysiotherapie wegens rugklachten succesvol afgerond en er hebben gesprekken plaatsgevonden over de begeleiding in de nieuwe functie. PON Logistics heeft daarmee al het mogelijke gedaan om werknemer over zijn teleurstelling heen te helpen. PON Logistics hoeft niet een medewerker te tolereren die niet werkt omdat hij zich – bijna een jaar na dato – niet over een teleurstelling heen kan zetten. Het ontbindingsverzoek wordt derhalve toegewezen. Ten aanzien van de vergoeding is de vraag in hoeverre werknemer ook kan worden verweten dat hij kennelijk niet in staat is om teleurstelling na een afwijzing te verwerken. Er wordt een vergoeding toegekend met C=0,3 (€ 1.515 bruto).