Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 28 juni 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:3405
UTS APC Van Herk B.V./werknemer
Werknemer (39 jaar) is sinds 1998 in dienst van UTS als voorman. Thans verzoekt UTS ontbinding wegens bedrijfseconomische redenen. Bij de keuze om de arbeidsplaats van werknemer te laten vervallen, heeft UTS het afspiegelingsbeginsel niet kunnen toepassen, omdat de hele categorie uitwisselbare functies waartoe werknemer behoort is komen te vervallen. Er is een nieuw functiehuis ontwikkeld en werknemer heeft gesolliciteerd naar de functie van Projectcoördinator Zakelijk, een op de oude functie aansluitende functie met een hoger niveau en meer taken en bevoegdheden. Hij is voor deze functie afgewezen. Op herplaatsingsmogelijkheden elders heeft werknemer niet gereageerd. Hij heeft evenmin een hem aangeboden oproepcontract geaccepteerd, aldus UTS.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie staat niet ter discussie. Uitgaande van de juistheid van de stelling dat het nieuwe ‘functiehuis’ is ingericht met functies waarin het personeel van UTS voortaan meer flexibel inzetbaar is op verschillende soorten activiteiten, dient UTS haar werknemers, die bereid zijn de nieuwe functie-eisen te aanvaarden en die daarvoor in beginsel ook kwalificeren, in die nieuwe functie aan te stellen. En evenzeer mag van de werknemers worden verwacht dat zij in beginsel bereid zijn die nieuwe functie te vervullen (HR 11 juli 2008, NJ 2011, 185). Dit uitgangspunt vloeit voort uit de algemene verplichting van werkgevers en werknemers zich jegens elkaar als goed werkgever en werknemer op te stellen. Dat het nieuwe functiehuis op zich leidt tot minder arbeidsplaatsen is niet aangevoerd. Vanuit dit vertrekpunt bezien valt niet goed te begrijpen waarom UTS van werknemer verlangt dat hij eerst op de nieuwe functie solliciteert. UTS had werknemer per 1 december 2012 in de nieuwe functie van Projectcoördinator Zakelijk kunnen en moeten indelen. Daarna had afspiegeling kunnen plaatsvinden. Het verweer dat van het afspiegelingsbeginsel moet worden afgeweken, wordt verworpen. Mede gelet op de gerechtvaardigde en te beschermen belangen van de bestaande werknemers, zal de werkgever in beginsel de meerwaarde van de door haar gevolgde selectiemethode boven een afvloeiing volgens het afspiegelingsbeginsel aan de rechter moeten duidelijk maken waarbij inzichtelijk wordt gemaakt welke duidelijke, concrete en toetsbare waarborgen tegen het risico van willekeur en een niet te rechtvaardigen subjectiviteit bestaan. Daaraan heeft UTS niet voldaan. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.