Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Media Groep Limburg B.V. c.s.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 10 juli 2013
ECLI:NL:RBLIM:2013:5679

werknemer/Media Groep Limburg B.V. c.s.

Nadat in eerste instantie het opzegverbod van artikel 104 lid 5 Pensioenwet over het hoofd is gezien, is 58-jarige statutair directeur alsnog rechtsgeldig ontslagen. Geen kennelijk onredelijk ontslag

Werknemer is op 1 november 2002 als statutair directeur in dienst getreden van Media Groep Limburg (hierna: MGL). Hij is op 8 juni 2006 als uitvloeisel van zijn arbeidsovereenkomst met MGL aangesteld als statutair bestuurder van LMG I. Hij was sinds 1 juli 2004 bestuurslid van de Stichting Pensioenfonds. Na een algemene vergadering van aandeelhouders is de arbeidsovereenkomst op 9 juni 2011 tegen 1 juli 2012 opgezegd. Aanleiding voor het ontslag is de problematische verhouding tussen werknemer en de OR/COR en het feit dat het bestuur van de Mecom Group plc onvoldoende vertrouwen in werknemer had dat hij een fusie tot een goed einde zou kunnen brengen, mede gelet op zijn af en toe eigenmachtige benadering. Met een beroep op het opzegverbod van artikel 104 lid 5 Pensioenwet heeft werknemer de opzegging vernietigd. De Rechtbank Maastricht heeft vervolgens toestemming verleend voor opzegging van de arbeidsovereenkomst, waarna de arbeidsovereenkomst nogmaals is opgezegd tegen 1 december 2012. Thans stelt werknemer dat het ontslag nietig, dan wel kennelijk onredelijk is.

De rechtbank oordeelt als volgt. In de eerste ‘ontslagronde’ van 9 juni 2011 zijn alle formaliteiten voor een geldig ontslag van werknemer als bestuurder én als werknemer in acht genomen en nageleefd. Alle partijen, dus ook werknemer die toen werd vergezeld van een raadsman, hebben bij de vergadering op 9 juni 2011 de bepaling van artikel 104 lid 5 Pensioenwet (het ‘ontslagverbod’) over het hoofd gezien. Gesteld noch gebleken is dat er tussen 9 juni 2011 en 23 november 2011 iets anders relevants heeft plaatsgevonden dan de beslissing van de Rechtbank Maastricht, die louter formeel noodzakelijk was. Voor zover er in de tweede ontslagronde juridisch relevante fouten zijn gemaakt, zijn deze niet van invloed op de geldigheid van het ontslag, mede nu de ingangsdatum van het ontslag is aangepast in verband met het lidmaatschap van werknemer van het bestuur van de Stichting Pensioenfonds. Geoordeeld wordt dat werknemer rechtsgeldig is ontslagen. Het ontslag is niet kennelijk onredelijk. Onder meer wordt meegewogen dat werknemer zeventien maanden niet heeft gewerkt en wel zijn loon betaald heeft gekregen. Hij heeft in deze periode de tijd gehad een andere baan te vinden. Het dienstverband van ongeveer tien jaar is niet zeer lang geweest. Waar de norm is dat een werknemer zijn werk goed behoort uit te voeren, is niet (erg) relevant dat hij nooit kritiek te horen heeft gekregen en hij bij brief van 16 maart 2011 nog is bedankt voor zijn harde werk: dat behoort voor iemand in een positie als werknemer geen bijzonderheid te zijn. De leeftijd van werknemer van 58 jaar is op zichzelf niet een leeftijd waarop hij geen kans meer maakt op een nieuwe min of meer gelijke functie.