Rechtspraak
X/Y
X (Bulgaarse nationaliteit) is sinds 2008 als au pair werkzaam voor Y. Zij ontving, naast kost en inwoning, van Y als vergoeding voor 130 gewerkte uren per maand een bedrag van € 340. Voor elk extra gewerkt uur ontving zij € 4,50. Na het aflopen van de overeenkomst is Y een maandelijkse vergoeding blijven betalen van ten minste € 340, welke vergoeding per 1 januari 2013 is verhoogd tot € 375. X is Y overzichten blijven verstrekken van de maandelijks door haar gewerkte uren. Op 22 februari 2013 heeft X zich ziek gemeld. Centrale vraag is of X werkzaam is op basis van een arbeidsovereenkomst en of zij vanaf 15 maart 2009 recht heeft op het wettelijk minimumloon.
De kantonrechter oordeelt als volgt. X heeft onweersproken gesteld dat zij na afloop van de au-pairovereenkomst dezelfde werkzaamheden is blijven verrichten voor Y als ten tijde van de au-pairovereenkomst. X heeft zich wekelijks met de zorg voor de kinderen en huishoudelijke taken beziggehouden. Haar werd een maandelijkse vergoeding betaald van ten minste € 340. Naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter is sprake van het gedurende zekere tijd verrichten van arbeid tegen betaling van loon in de zin van artikel 7:610 BW. Ook is de gezagsverhouding aanwezig. Het Gerechtshof Leeuwarden heeft in zijn arrest van 11 februari 2004 (JAR 2004/65) reeds overwogen dat de zorg en opvang van de kinderen en het verrichten van huishoudelijke werkzaamheden een zodanige onbepaaldheid heeft, dat zij zich moeilijk laat denken zonder insluiting van een instructiebevoegdheid. Hoewel de kantonrechter ervan overtuigd is dat Y zich niet bewust is geweest van de juridische kwalificatie van de verhouding tussen partijen, is voldoende aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat op 15 maart 2009, althans 1 oktober 2009, een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Op grond van artikel 7:629 BW heeft X gedurende de eerste 52 weken ziekte recht op het geldende wettelijke minimumloon. De loonvordering vanaf 22 februari 2013 wordt toegewezen. De vordering tot betaling van achterstallig loon over de periode van 15 maart 2008 tot 22 februari 2013 wordt afgewezen, omdat de onderhavige procedure zich niet leent voor het vergaren van nadere gegevens.