Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 25 oktober 2013
ECLI:NL:RBMNE:2013:4916
werkneemster/werkgeefster
Werkneemster is sinds maart 2011 in dienst als financieel-administratief medewerkster. Tussen partijen is een conflict ontstaan over het al dan niet opgeven van opgenomen pauzes. De bedrijfsarts en deskundige van het UWV hebben vastgesteld dat geen sprake is van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. Een door werkneemster ingestelde loonvordering is afgewezen. Op 6 september 2013 heeft werkgeefster een ontslagvergunning voor werkneemster aangevraagd bij UWV WERKbedrijf op de grond dat sprake is van een zodanig verstoorde arbeidsrelatie dat herstel daarvan niet meer mogelijk is. Op 4 oktober 2013 is de gevraagde toestemming verleend, waarna werkgeefster de arbeidsovereenkomst op 8 oktober 2013 tegen 2 december 2013 heeft opgezegd. Thans verzoekt werkneemster ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster heeft geen opmerkingen gemaakt over de opzegging en de opzegtermijn, zodat vaststaat dat de arbeidsovereenkomst op 2 december 2013 eindigt, derhalve ruim zeven weken na de mondelinge behandeling. Met partijen is de kantonrechter van oordeel dat voor de toewijsbaarheid van het ontbindingsverzoek door werkneemster aannemelijk gemaakt moet worden dat de arbeidsovereenkomst (nog) eerder dan op 2 december 2013 dient te eindigen (vgl. HR 11 december 2009, AR 2009-0929 (Van Hooff Elektra)). Werkneemster heeft haar stelling dat de spanningsklachten van dien aard zijn dat zij het einde van de opzegtermijn niet kan afwachten, onvoldoende aannemelijk gemaakt. Zij stelt weliswaar dat deze klachten door de bedrijfsarts en het UWV zijn erkend, maar dit legt onvoldoende gewicht in de schaal. Het oordeel van de bedrijfsarts en het UWV dateren immers van 27 maart 2013 (ruim zes maanden geleden) respectievelijk van 16 mei 2013 (ruim vier maanden geleden). Onder deze omstandigheden had het op haar weg gelegen een recent medisch oordeel over te leggen, waartoe zij zich tot een andere medicus had kunnen wenden nu haar huisarts tot het afgeven van een verklaring niet bereid bleek. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.