Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 13 november 2013
ECLI:NL:RBOBR:2013:6401

werknemer/werkgeefster

Bank handelt jegens voormalig werknemer in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt door aan toezichthouder van nieuwe werkgever te melden dat werknemer op staande voet is ontslagen

Werknemer is door werkgeefster, een bank, op 6 juni 2011 op staande voet ontslagen nadat er naar hem een compliance-onderzoek was uitgevoerd. De arbeidsovereenkomst is voorwaardelijk ontbonden onder toekenning van een vergoeding van € 110.000 bruto. Werknemer heeft na het ontslag gesolliciteerd bij Rabobank. Werkgeefster is toen om informatie over de betrouwbaarheid van werknemer gevraagd. Werkgeefster heeft op 26 juli 2011 aangegeven dat werknemer op staande voet is ontslagen, dat werknemer de vernietigbaarheid van het ontslag heeft ingeroepen en verder naar werknemer zelf verwezen. Tussen werknemer en Rabobank is op 9 augustus 2011 een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar gesloten, ingaande 1 oktober 2011, met een proeftijd van twee maanden. Werknemer stelt thans dat werkgeefster onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld, door eind september 2011 uit eigener beweging contact te hebben opgenomen met de Directeur Toezicht van Rabobank Nederland en hem te informeren over enige aangelegenheid betreffende werknemer. Daarnaast heeft werkgeefster de ontbindingsbeschikking naar Rabobank gestuurd en zich negatief over werknemer uitgelaten. Als gevolg hiervan heeft Rabobank de arbeidsovereenkomst met werknemer opgezegd, aldus werknemer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. De stelling van werknemer dat tijdens de ontbindingszitting ‘absolute geheimhouding’ is overeengekomen, wordt niet gevolgd. De uitlatingen die werkgeefster op 30 september 2011 aan Rabobank heeft gedaan zijn ook niet in strijd met artikel 7:611 BW. Het ontslag op staande voet was namelijk al bij Rabobank bekend en werknemer heeft zelf in grote lijnen aan Rabobank verteld wat er in de ontbindingsbeschikking stond. Van verstrekking van persoonsgegevens in strijd met de Wbp is ook geen sprake.

De stelling dat werkgeefster heeft gehandeld in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt slaagt wel. Voor wat betreft de mededeling van werkgeefster aan Rabobank Nederland geldt dat het, gelet op de aandacht die onbetwist binnen de financiële wereld voor compliance bestaat, de inhoud van de mededelingen en de verhouding tussen Rabobank en Rabobank Nederland als haar toezichthouder, niet onwaarschijnlijk was dat deze mededelingen gevolgen zouden kunnen hebben voor het dienstverband van werknemer bij Rabobank, in die zin dat Rabobank zou afzien van het aangaan dan wel voortzetten van het dienstverband met werknemer. Het was voorzienbaar dat Rabobank Nederland naar aanleiding van de mededelingen van werkgeefster navraag over werknemer zou doen bij Rabobank en zich met Rabobank zou verstaan over het al dan niet in dienst nemen of houden van werknemer. De gevolgen daarvan zouden voor werknemer verstrekkend en schadelijk kunnen zijn. Uit de interne en externe regelgeving waarop werkgeefster zich heeft beroepen volgt niet dat zij gehouden was haar eigen toezichthouder in kennis te stellen van het feit dat werknemer bij Rabobank in dienst zou treden en evenmin volgt daaruit dat werkgeefster, al dan niet op verzoek van haar toezichthouder, gehouden was aan Rabobank Nederland te melden dat werknemer als zijnde een bij haar op staande voet ontslagen werknemer in dienst ging treden bij Rabobank. Het ligt op de weg van werknemer om aan te tonen dat Rabobank de arbeidsovereenkomst met hem heeft beëindigd als gevolg van de door werkgeefster veroorzaakte inmenging in zijn dienstverband met Rabobank. Werknemer heeft bewijs aangeboden en zal in de gelegenheid worden gesteld dit bij te brengen. Dit geldt ook voor de stelling dat werknemer na afloop van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd bij Rabobank een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zou hebben gekregen.