Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 8 januari 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:56
werknemer/Sauna Peize B.V.
Werknemer is sinds 1 december 2009 in dienst van Sauna Peize. Hij was laatstelijk werkzaam in de functie van Hoofd Technische Dienst. Vanaf 2011 zijn er meerdere branden geweest bij Sauna Peize. Sauna Peize heeft een brandverzekering bij Delta Lloyd en deze heeft een onderzoek ingesteld naar de branden. Werknemer en een collega zijn in maart 2013 via hun vakbond in contact gekomen met de afdeling Integriteit van Delta Lloyd en hebben melding gedaan van misstanden bij Sauna Peize. Sauna Peize heeft aangifte bij de politie tegen werknemer gedaan wegens (o.m.) smaad. Werknemer is op 10 september 2013 op staande voet ontslagen wegens onterechte beschuldigingen ter zake verzekeringsfraude en het plegen van milieudelicten. Werknemer beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag. Hij stelt dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Sauna Peize heeft niet betwist dat zij reeds eind juni 2013 kennis heeft genomen van de verklaringen die werknemer over haar jegens Delta Lloyd heeft afgelegd en in dit verband staat vast dat zij werknemer op 2 juli 2013 ook een brief c.q. aansprakelijkheidstelling heeft gezonden. Door pas op 10 september 2013 over te gaan tot het geven van ontslag op staande voet, wordt niet aan de onverwijldheidseis voldaan. De stelling van Sauna Peize dat zij heeft gewacht omdat zij werknemer nog een kans wilde geven om tot bezinning te komen, gaat voorlopig oordelend niet op. De reden waarom Sauna Peize de indruk zou hebben gekregen dat werknemer nog wel van gedachten zou veranderen, is onvoldoende aannemelijk gemaakt. De loonvordering wordt toegewezen. Het door Sauna Peize in dit verband gedane beroep op matiging op grond van artikel 7:680a BW wordt gepasseerd. Matiging op grond van dit artikel is alleen mogelijk als volledige toewijzing van de loonvordering onaanvaardbare gevolgen heeft. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat hiervan in dit geval sprake is. Sauna Peize heeft aangevoerd dat juist zij nog een aanzienlijk schadebedrag van werknemer heeft te vorderen en werknemer dus aan haar dient te betalen. Of dit zo is, is echter de vraag.