Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 7 mei 2013
ECLI:NL:GHDHA:2013:4994
werknemer/Stichting voor Educatie en Beroepsonderwijs Zadkine
In het sociaal plan van Zadkine is het volgende bepaald over de gedwongen ontslagprocedure. De uitwerking van de gedwongen fase (hierna: de uitwerking) geeft het diensttijdcriterium als uiteindelijk beslissende maatstaf voor de keuze van de voor ontslag in aanmerking komende werknemers. Als uit een heterogeen personeelsbestand de af te vloeien werknemers uitsluitend op basis van diensttijd of andere persoonlijke factoren worden gekozen zonder dat acht wordt geslagen op de functie die zij vervullen of de functies die zij zouden kunnen vervullen, is er uiteraard een grote kans dat het resterende personeelsbestand een onevenwichtige functieopbouw te zien zal geven. Om daarin te voorzien kan aan verschillende methoden gedacht worden: Men kan (ongeveer zoals gebeurt in art. 4:2 lid 1 Ontslagbesluit) in plaats van de selectiecriteria op het totale personeelsbestand toe te passen, dat eerst verdelen in meer homogene groepen van onderling uitwisselbare functies en dan het keuzecriterium op die afzonderlijke groepen toepassen. Men kan ook (ongeveer zoals gebeurt in artikel 4:2 lid 4 Ontslagbesluit), als de persoonlijke criteria leiden tot afvloeiing van een werknemer wiens functie niet gemist kan worden en ook niet kan worden vervuld uit het resterende personeelsbestand, die werknemer wegens zijn persoonlijke onmisbaarheid voor ontslagkeuze overslaan. In de onderhavige zaak staat de vraag centraal of Zadkine – zoals zij heeft gedaan – de categorie VAVO-docenten als geheel heeft mogen nemen zonder nadere onderverdeling per sectie (uitwisselbaarheid). De kantonrechter heeft geoordeeld dat het afspiegelingsbeginsel verkeerd is toegepast en het ontslag als zodanig kennelijk onredelijk geoordeeld.
Het hof oordeelt als volgt. Met het uitgangspunt van de kantonrechter (en dus ook met de daarop gebaseerde redenering) kan het hof zich niet verenigen. Zij zouden juist zijn geweest als het Ontslagbesluit toepasselijk was geweest want volgens artikel 4:2 lid 1 Ontslagbesluit dienen de criteria van leeftijd en diensttijd uitsluitend tussen uitwisselbare functies te worden toegepast. Op het onderhavige ontslag is het Ontslagbesluit echter niet toepasselijk; het heeft slechts gediend om er de criteria van leeftijd en diensttijd aan te ontlenen, die echter niet geheel op dezelfde wijze toegepast worden als in het Ontslagbesluit voorzien. Daarom wordt bij de vergelijking tussen de in de uitwerking voorziene methoden en die van het Ontslagbesluit ook het woord ‘ongeveer’ gebruikt. Het hof acht voorts door de door Zadkine overgelegde stukken en door het feit dat ook de centrales van overheids- en onderwijspersoneel de noodzaak van de reorganisatie aanvaard hebben, genoegzaam aannemelijk gemaakt dat Zadkine een dringend belang had bij de reorganisatie, die overigens niet een reorganisatie was van het onderdeel VAVO, maar van het gehele opleidingencentrum Educatie waarvan VAVO slechts een relatief bescheiden deel uitmaakte. De slotsom is dat het ontslag niet kennelijk onredelijk geoordeeld kan worden en werknemer de in eerste aanleg toegewezen € 40.000 dient terug te betalen.