Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 18 december 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:8019
erven werknemer/werkgeefster
Werknemer is in dienst geweest als timmerman. Werkgeefster heeft aan werknemer in 2008 de toezegging gedaan om € 1.000 per jaar extra te betalen in veertig wekelijkse termijnen van € 25. Na 2009 is niet volledig aan de betalingsverplichting voldaan. Werknemer is inmiddels overleden. De erven van werknemer vorderen betaling van het niet-betaalde bedrag. De erven betwisten dat sprake was van een bonus waarbij werkgeefster een discretionaire bevoegdheid had die al dan niet toe te kennen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Ondanks dat de aanspraak op betaling van een extra bedrag van € 1.000 per jaar niet is opgenomen in een schriftelijk vastgelegde arbeidsovereenkomst, is wel sprake van een tussen partijen geldende arbeidsvoorwaarde. De erven van werknemer hebben bij repliek nader gesteld dat die betaling mede bedoeld was voor de genoemde extra taken die werknemer boven op zijn functie als timmerman/metselaar heeft verricht. Werkgeefster heeft gesteld dat sprake is van een bonus, maar zij heeft niet gesteld dat en aan welke criteria de toekenning van die bonus was gerelateerd. Bij ontbreken van afspraken in die zin mocht werknemer ervan uitgaan dat daarmee sprake was van een vaste aanspraak op betaling van een bedrag van € 1.000 per jaar. Er is geen wijzigingsbeding overeengekomen. Op grond van het arrest Stoof/Mammoet is het niet betalen van voormeld bedrag per jaar niet aan te merken als een voorstel tot wijziging van de arbeidsvoorwaarden dat werknemer had dienen te accepteren. Werkgeefster heeft slechts gesteld dat haar financiële situatie mede gelet op de totale situatie in de bouwsector, niet meer toeliet dat zij dit bedrag jaarlijks aan werknemer betaalde. Niet gesteld of gebleken is dat sprake is van een functiewijziging en/of dat de door de erven van werknemer expliciet genoemde extra taken niet langer door werknemer werden uitgeoefend. Mocht de enkele weigering van werkgeefster al aangemerkt kunnen worden als een voorstel om de betreffende arbeidsvoorwaarde te wijzigen, leveren dergelijke omstandigheden geen voldoende rechtvaardiging op om deze arbeidsvoorwaarde te wijzigen. Werknemer heeft in de inleidende dagvaarding aangegeven dat hij betaling van de openstaande bedragen van 2013 vordert. Na het overlijden van werknemer op 24 juli 2013 hebben de erven van werknemer vervolgens de gestelde aanspraak over 2013 berekend op een bedrag van € 557,69 (29/52 maal € 1.000). Werkgeefster was gelet op het gestelde in de dagvaarding, er dan ook van meet af aan mee bekend dat beoogd werd ook over 2013 de aanspraak op de extra betaling te vorderen. De vermeerdering aan wettelijke verhoging en rente hangt daarmee direct samen. Niet valt in te zien dat de vermeerdering van eis strijd oplevert met de eisen van een goede procesorde. Het had op de weg van werkgeefster, gelet op de door haar gevoerde salarisadministratie, gelegen aan te geven of de aanspraak op € 1.000 per jaar al dan niet netto of bruto was. Werkgeefster heeft echter geen verweer in die zin gevoerd. De gevorderde betalingen aan loon zullen dan ook als nettobedrag worden toegekend.