Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 26 november 2013
ECLI:NL:RBNNE:2013:7259
werkneemster/werkgeefster
Werkneemster is in dienst als administratief medewerkster. Na verkregen toestemming is haar arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd. Werkneemster stelt dat de opzegging kennelijk onredelijk is op grond van het gevolgencriterium. Zij stelt dat werkgeefster zich niet heeft ingespannen voor het vinden van passend werk, noch is haar een outplacementtraject, scholing of financiële compensatie aangeboden. Werkneemster vordert een bedrag van € 12.431,93 aan inkomensschade en € 15.000 aan pensioenschade.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster was ten tijde van het ontslag 49 jaar en 24 jaar in dienst. Zij heeft naar volle tevredenheid van werkgeefster gewerkt. Aannemelijk is dat de kansen op een andere baan gelet op de leeftijd van werkneemster, haar eenzijdige werkervaring, geringe opleidingsniveau en de slechte arbeidsmarkt als voorzienbaar ongunstig moeten worden ingeschat. Dat blijkt reeds uit de voorafgaand aan het ontslag gepleegde sollicitaties, die zonder succes zijn gebleven. Werkgeefster is tekortgeschoten op het vlak van ondersteuning bij het vinden van een nieuwe betrekking en het bieden van scholing. Werkgeefster heeft niet geprobeerd werkneemster bij andere vergelijkbare werkgevers te plaatsen en geen outplacementbegeleiding aangeboden. Onvoldoende is slechts het aanbieden van positieve referenties bij sollicitaties. Nadat gebleken was dat ontslag van werkneemster onvermijdelijk was, had werkgeefster mogelijkheden van om- of bijscholing moeten onderzoeken. Dat werkneemster niet om scholing heeft gevraagd doet daaraan niet af. Voorts heeft werkgeefster geen financiële compensatie geboden aan werkneemster om de gevolgen van het ontslag te verzachten. De stelling dat dat gelet op de financiële positie van werkgeefster niet van haar kon worden verwacht, wordt niet gevolgd. De opzegging is kennelijk onredelijk. Het onderhavige ontslag had de toets der kritiek wel kunnen doorstaan indien werkgeefster werkneemster nog één jaar, dat wil zeggen tot 1 juli 2014, met behoud van het dienstverband in de gelegenheid had gesteld ander werk te vinden buiten haar onderneming. De schade van werkneemster door het nalaten van het aanbieden van deze voorziening kan gelijk worden gesteld aan het gederfde loon gedurende dat jaar inclusief vakantietoeslag gedurende dat jaar, zijnde een bedrag van € 16.215,42 bruto. Dit bedrag wordt als schadevergoeding aan werkneemster toegekend.