Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 januari 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:190
werknemer/KLM Catering Services Schiphol
Werknemer is op 22 april 2008 voor bepaalde tijd in dienst getreden bij KCS als magazijnmedewerker. Op 31 maart 2009 is werknemer tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden een ongeval overkomen op de werkvloer. Hij was bezig met het plaatsen van datumkaartjes op (diepvries)maaltijden. Deze maaltijden bevonden zich in kratjes die waren gestapeld op plastic onderstellen met vier wielen. Een stapel kratjes is over hem heen gevallen. Van een onderstel is bij dat ongeval een wiel afgebroken. Door dat ongeval is werknemer arbeidsongeschikt geraakt (duizeligheid). Werknemer heeft KCS aansprakelijk gesteld op grond van artikel 7:658 jo. 6:173 BW. In eerste aanleg is werknemer belast met het bewijs van de toedracht van het ongeval. Daarin is werknemer niet geslaagd. In hoger beroep stelt werknemer dat hem ten onrechte dit bewijs is opgedragen.
Het hof oordeelt als volgt. Naar het oordeel van het hof volgt uit de weergegeven omstandigheden (werknemer is een ongeval overkomen en heeft zich op 31 maart gemeld bij het VU Medisch Centrum) dat het aannemelijk is dat werknemer in de uitvoering van aan hem opgedragen werkzaamheden letsel heeft opgelopen. KCS heeft voor het ontstaan van het letsel van werknemer ook geen alternatieve oorzaak buiten deze werkzaamheden gelegen gesteld, terwijl die ook niet is gebleken. Dat de precieze toedracht van het ongeval niet vaststaat, kan niet aan werknemer worden toegerekend, maar komt voor risico van KCS. In het kader van zijn op artikel 7:658 lid 2 BW gebaseerde vordering tot schadevergoeding kan van werknemer als werknemer niet worden verlangd dat hij ook aantoont wat de toedracht of oorzaak van het ongeval is geweest. Het had op de weg van KCS gelegen om nader effectief onderzoek te doen naar de precieze toedracht van het ongeval. Volgt aanhouding van de zaak.