Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 20 februari 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:850

werknemer/werkgever

Opzegging arbeidsovereenkomst wegens bedrijfsbeëindiging. Geen schending wederindiensttredingsvoorwaarde bij afronden lopende projecten. Dat na de opzegging mogelijk toch wordt geconcludeerd dat sprake is van een overgang van onderneming, betekent niet dat werkgever een valse reden aan het UWV heeft opgegeven.

Werknemer is van 5 juni 2011 tot en met 31 maart 2012 in dienst geweest als loodgieter en fitter. Na verkregen toestemming is de arbeidsovereenkomst opgezegd wegens beëindiging van het bedrijf door werkgever. Werknemer heeft aangevoerd dat de aan het UWV opgegeven reden voor de beëindiging van het dienstverband een valse is, omdat werkgever de bedrijfsactiviteiten na 1 april 2012 is blijven uitoefenen. Verder heeft werknemer aangevoerd dat de beëindiging van het dienstverband kennelijk onredelijk is, gelet op de gevolgen die deze beëindiging heeft voor werknemer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgever heeft de wederindiensttredingsvoorwaarde niet geschonden. Het is alleszins begrijpelijk dat een onderneming die haar activiteiten staakt zonder dat een derde die activiteiten voortzet, lopende projecten afrondt. Daarbij is het in beginsel ook toegestaan in het kader van die projecten offertes voor meerwerk uit te brengen en dat meerwerk uit te voeren. Niet gesteld of anderszins gebleken is dat dat meerwerk zo omvangrijk was dat daaraan de conclusie verbonden diende te worden dat geen sprake (meer) was van een staking van de onderneming. Evenmin is sprake van een door werkgever aan het UWV opgegeven valse reden wanneer na de UWV-procedure en na de opzegging van de arbeidsovereenkomst, mogelijk tot de conclusie gekomen zou kunnen worden dat toch sprake is van een overgang van onderneming. Beroep op overgang van onderneming moet werknemer doen (in een procedure) tegen de door hem beweerde overnemer. Werknemer heeft onvoldoende aangevoerd om tot het oordeel te komen dat de opzegging kennelijk onredelijk was. Het enkele aanvoeren van de duur van het dienstverband is daartoe onvoldoende. Volgt afwijzing van de vorderingen.