Rechtspraak
Ekro B.V./werknemer
Werknemer (51 jaar) is sinds 2002 als medewerker Uitbenerij in dienst van Ekro. Hij is lid van de OR en kaderlid van een vakbond. Werknemer heeft bemiddeld bij de overplaatsing van een medewerker. Aan werknemer zijn door Ekro diverse verwijten gemaakt over de bemiddelende rol die hij gespeeld heeft bij de poging om Ekro ertoe te bewegen de overplaatsing van de medewerker ongedaan te maken. Ekro verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden. Terugkeer van werknemer brengt volgens Ekro onveiligheid met zich, aangezien in dat geval opnieuw twee ‘kampen’ op de afdeling uitbenerij zullen ontstaan met alle risico’s van dien vanwege het werken met vlijmscherpe messen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het verzoek houdt geen verband met enig opzegverbod. Voorop gesteld wordt dat werknemer niet is aangesteld als ombudsman of professioneel bemiddelaar bij Ekro, terwijl een dergelijk optreden evenmin rechtstreeks voortvloeit uit zijn OR-lidmaatschap of zijn hoedanigheid als actief vakbondslid. Behoudens in het geval enige voor een individuele werknemer nadelige beslissing van Ekro tot zoveel (sociale) onrust in het bedrijf lijdt dat dit op zichzelf doelwit wordt van (enige vorm van) collectieve actie onder de bescherming van het Europees Sociaal Handvest, waarin werknemer dan een rol zou kunnen spelen, behoort hij zich dus in beginsel te onthouden van bemoeienis met een dergelijke beslissing. Ekro stelt de zaak zo voor dat werknemer deze grens heeft overschreden en zijn neus zomaar in andermans zaken heeft gestoken. Het is de kantonrechter gebleken dat die conclusie echter te haastig is getrokken en berust op onvolledig en verkeerd onderzoek. Met de openhartige verklaring van de personeelsfunctionaris, waarin hij heeft verklaard dat hij niet heeft tegengehouden dat werknemer als bemiddelaar zou optreden, valt reeds het doek over de zaak. Vanwege de onwrikbare opstelling van Ekro, ook op de zitting zelfs nadat Ekro de mogelijkheid van een voor haar onwelgevallige uitkomst van de procedure in het vooruitzicht is gesteld, heeft de kantonrechter zich nog wel afgevraagd of de arbeidsrelatie intussen wellicht te zeer verstoord is geraakt om uit te kunnen gaan van een vruchtbare voortzetting van het dienstverband van werknemer. Het belang van werknemer bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst dient echter te prevaleren. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.