Naar boven ↑

Rechtspraak

Ekro B.V./werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 14 januari 2014
ECLI:NL:RBGEL:2014:1065

Ekro B.V./werknemer

Ontbindingsverzoek wordt voor tweede keer afgewezen. Niet is komen vast te staan dat werknemer (OR-lid en kaderlid) met stiekeme manipulaties zou hebben geprobeerd een directiebesluit te dwarsbomen. Werknemer behoort niet aan gezondheidsrisico’s als gevolg van werkloosheid te worden blootgesteld.

Werknemer (51 jaar) is sinds 2002 als medewerker Uitbenerij in dienst van Ekro. Hij is lid van de OR en kaderlid van een vakbond. Op 18 juni 2013 heeft de kantonrechter een door Ekro ingediend ontbindingsverzoek afgewezen (zie AR 2014-0167). Ekro is op straffe van een dwangsom bevolen werknemer tewerk te stellen. Partijen hebben geen overeenstemming bereikt over de afdeling c.q. plaats waar werknemer zijn werkzaamheden zou kunnen hervatten. Werknemer is wederom op non-actief gesteld. Per deurwaardersexploot heeft werknemer bij Ekro aanspraak gemaakt op voldoening van een bedrag van € 18.334,90 wegens verbeurde dwangsommen. Thans verzoekt Ekro opnieuw ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Gesteld wordt dat werknemer zich schuldig maakt aan werkweigering en dat sprake is van een veiligheidsrisico. Niet ondenkbaar is dat werknemers bij spanningen zullen grijpen naar de hen alom beschikbare vlijmscherpe messen, die veelvuldig voor het grijpen liggen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Voor toewijzing van het ontbindingsverzoek moet sprake zijn van nieuwe feiten, hetgeen niet het geval is. Het geschil is begonnen nadat werknemer op non-actief werd gesteld omdat hij met stiekeme manipulaties zou hebben geprobeerd een directiebesluit te dwarsbomen, waardoor hij een groot en acuut veiligheidsrisico zou vormen en nooit meer op het bedrijf kon worden toegelaten. Uit de afwijzing van het eerste ontbindingsverzoek, waaraan het oordeel ten grondslag lag dat Ekro onvolledig en verkeerd onderzoek heeft gedaan omdat anders dan zij met veel bombarie heeft gesteld vast is komen te staan dat werknemer zijn bemiddelingspoging in de kwestie X wel degelijk heeft kortgesloten met de personeelsfunctionaris, volgt dat de kantonrechter aan het gestelde veiligheidsrisico geen zelfstandig belang heeft gehecht. Het lag simpel op de weg van Ekro als goed werkgever om na deze voor haar onwelgevallige uitspraak, die in het huidige stelsel van het ontslagrecht nu eenmaal definitief is, op haar tanden te bijten en snel in te zetten op het normaliseren van de beschadigde relatie met werknemer.

Het belang van werknemer verdient nog steeds bescherming. Werknemer is intussen 51 jaar oud, ondervindt krachtsverlies bij het gebruik van zijn rechterarm, en zijn werkloosheidsrisico is daarmee aanzienlijk. Over de toestand van werkloosheid is uit wetenschappelijk onderzoek voldoende bekend dat dit een grote aanslag op de gezondheid kan opleveren. Een werknemer die ontslagen wordt heeft een dubbele kans op kwalen (hoge bloeddruk, diabetes of hartkwaal) ten opzichte van iemand die bij zijn werkgever mag blijven, zo blijkt uit internationaal onderzoek, terwijl ook nationaal het nodige bekend is over de negatieve gezondheidsbeleving van werklozen. Werknemer behoort niet in die riskante toestand te worden gebracht. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.