Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgeefster
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Groningen), 17 februari 2014
ECLI:NL:RBNNE:2014:834

werknemer/werkgeefster

Kennelijk onredelijke opzegging arbeidsovereenkomst docent. Afwijzing vordering tot wedertewerkstelling, omdat in bodemprocedure door werkgeefster zal worden verzocht een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst af te kopen. Loonvordering wordt wel toegewezen.

Werknemer is in dienst als docent aan de opleiding Beveiliging. In juni 2013 heeft werkgeefster een anonieme tip gekregen, op basis waarvan bij werkgeefster het vermoeden is ontstaan dat werknemer in strijd met de gemaakte afspraken via zijn eigen bedrijf toch leerlingen en docenten van werkgeefster heeft benaderd en heeft ingezet voor beveiligingswerkzaamheden. Na een onderzoek door werkgeefster is de arbeidsovereenkomst opgezegd. Werknemer stelt dat de opzegging kennelijk onredelijk is, omdat sprake is van een valse of voorgewende reden. In het kader daarvan zal werknemer in een bodemprocedure herstel van de dienstbetrekking ex artikel 7:682 lid 1 BW vorderen. In de onderhavige procedure vordert werknemer wedertewerkstelling en loondoorbetaling.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Een vordering tot wedertewerkstelling kan in beginsel bij wijze van voorlopige voorziening worden toegewezen. Werkgeefster heeft echter gesteld dat zij gebruik zal maken van de mogelijkheid om in de bodemprocedure een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst met werknemer af te kopen door de bodemrechter te verzoeken een afkoopsom vast te stellen. De kans dat de bodemprocedure zal leiden tot wedertewerkstelling is in dat geval nihil. De vordering tot wedertewerkstelling kan in dit geval daarom niet bij wijze van voorlopige voorziening worden toegewezen. Dat ligt anders waar het gaat om een vordering tot doorbetaling van het loon. Werkgeefster dient namelijk, zolang er in de bodemprocedure niet op het verzoek tot het vaststellen van een afkoopsom is beslist, (een bedrag gelijk aan) het loon aan werknemer door te betalen. Een vordering tot doorbetaling van het loon kan daarom bij wijze van voorlopige voorziening wel worden toegewezen. Daar komt bij dat werkgeefster de arbeidsovereenkomst met werknemer heeft kunnen opzeggen zonder toestemming van het UWV. Daardoor ontbreekt de redelijkheidstoets die anders door het UWV zou zijn uitgevoerd. Dit betekent dat de toets in de nog op te starten bodemprocedure, namelijk of er sprake is van een kennelijk onredelijk ontslag, een vollere toets is dan wanneer er is opgezegd met toestemming van het UWV. Er bestaat een gerede kans dat de bodemrechter zal oordelen dat de opzegging kennelijk onredelijk is. Daarbij weegt mee dat werkgeefster nader onderzoek had kunnen en moeten verrichten naar de nevenwerkzaamheden, dat werkgeefster zonder medeweten van werknemer een onderzoek heeft ingesteld naar de computer en ladenblok van werknemer en dat verschillende personen hebben verklaard niet door werknemer voor beveiligingswerkzaamheden te zijn ingezet. Volgt toewijzing van de loonvordering.