Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Apeldoorn), 19 december 2013
ECLI:NL:RBGEL:2013:6188
Wegener B.V./werknemer
Werknemer is sinds 2000 in dienst van Wegener. Laatstelijk is hij werkzaam in de functie Commercieel Directeur De Stentor. Hij is sinds 2 mei 2012 arbeidsongeschikt. Wegener verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen onder toekenning van een vergoeding conform het sociaal plan. Als gevolg van een reorganisatie is werknemer sinds 1 november 2013 boventallig. Er is geen andere passende functie voor hem beschikbaar.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De bedrijfseconomische noodzaak tot reorganisatie is voldoende aannemelijk gemaakt. Van de zijde van Wegener is betoogd dat in de specifieke situatie van Wegener geen reflexwerking toekomt aan de beleidsregels die door UWV worden gehanteerd bij de toetsing van een (collectief) ontslag. Artikel 6:248 lid 2 BW staat volgens Wegener aan de toepassing van reflexwerking in de weg. Ook acht Wegener het collectief belang van de onderneming en de resterende werknemers groter dan het individuele belang van een arbeidsongeschikte werknemer. Dit verweer kan niet worden gevolgd. Uitgangspunt is dat in de ontbindingsprocedure reflexwerking wordt toegekend aan artikel 7:670 BW en de beleidsregels van het UWV. Vast staat dat Wegener tijdens de reorganisatie geen plaats wil vrijhouden voor werknemer. Het ad interim laten invullen van de functie tot het herstel van werknemer, zoals tot de reorganisatie gebeurde, is niet de bedoeling van Wegener, zoals zij ter zitting heeft verklaard. Zoals Wegener ter zitting heeft verklaard kwalificeerde werknemer niet ‘omdat hij niet beschikbaar was en er geen zicht was dat hij binnen afzienbare tijd beschikbaar zou komen’. Dat Wegener op deze wijze (de strekking van) het ontslagverbod van artikel 7:670 BW schendt is evident. Onweersproken is ook dat Wegener geen reëel onderzoek heeft gedaan naar de geschiktheid van werknemer voor de nieuwe functie na zijn herstel en evenmin de mogelijkheden van herplaatsing van werknemer in een andere passende functie heeft beoordeeld. Ter zitting heeft werknemer aangegeven te veel beschadigd te zijn om nog te kunnen terugkeren bij Wegener. Het ontbindingsverzoek wordt derhalve toegewezen wegens een onherstelbaar verstoorde verhouding. Aan werknemer wordt een vergoeding toegekend. De vergoeding zal niet worden bepaald volgens het sociaal plan nu dit door Wegener ook niet correct is gehanteerd in de situatie van werknemer en overigens tot een onbillijke uitkomst leidt, gelet op de arbeidsongeschiktheid. Er wordt een vergoeding toegekend met C=1,5 (€ 270.740).