Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 14 januari 2014
ECLI:NL:GHDHA:2014:12
Art & Finish Creative Services/X
Bij beschikking heeft de kantonrechter het verzoek van X tot ontbinding van de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding, afgewezen. Art & Finish komt van deze beschikking in hoger beroep.
Het hof oordeelt als volgt. In haar grief betoogt Art & Finish dat de kantonrechter buiten het toepassingsbereik van artikel 7:685 BW is getreden. Art & Finish is dan ook ontvankelijk in haar hoger beroep. Het hof zal de gegrondheid van de grief van Art & Finish in het midden laten, nu Art & Finish bij die grief geen (rechtens relevant) belang heeft. De kantonrechter heeft de door X verzochte ontbinding met toekenning van een vergoeding, geweigerd. Het oordeel van de kantonrechter dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestaat, betreft een voorvraag in de ontbindingsprocedure en heeft vanwege de bijzondere aard van die procedure geen bindende kracht (HR 3 december 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4492, NJ 1983/182). Ter zitting heeft Art & Finish nog aangevoerd dat de bestreden beschikking ‘een eigen leven gaat leiden’, dat X zich op die beschikking beroept in andere procedures tussen partijen en dat zij (Art & Finish) er belang bij heeft een onjuiste uitspraak van een overheidsrechter in hoger beroep vernietigd te krijgen. Een en ander levert evenwel niet een voldoende belang op voor het instellen van hoger beroep. Het hof wijst er in dit verband nog op dat X zich in zijn verweerschrift in hoger beroep op het standpunt stelt dat de bestreden beschikking geen bindende kracht heeft, en voorts dat in een tweede tussen partijen gevoerde ontbindingsprocedure de kantonrechter te Rotterdam bij beschikking van oktober 2013 de niet-ontvankelijkheid van X heeft uitgesproken vanwege het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.