Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Pro Persona GGZ/werknemer
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 3 april 2014
ECLI:NL:RBGEL:2014:2238

Stichting Pro Persona GGZ/werknemer

Basisarts verricht in strijd met de geldende regels geen onderzoek bij overleden cliënt en verklaart hierover onwaarheden. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden.

Werknemer is op 1 september 2009 bij Pro Persona in dienst getreden in de functie van basisarts (arts niet in opleiding tot specialist). In de periode vanaf 31 januari 2013 heeft Pro Persona meermalen gesproken met werknemer over zijn functioneren en is een verbetertraject opgestart. Op 2 december 2013 is een cliënt overleden. Thans verzoekt Pro Persona ontbinding wegens een dringende reden. Pro Persona stelt dat werknemer bij het overlijden van de cliënt op 2 december 2013 de voor de beroepsgroep voorgeschreven handelwijze heeft genegeerd. Dit is onacceptabel en bovendien tuchtrechtelijk gezien klachtwaardig. Gebleken is dat werknemer geen lichamelijk onderzoek heeft verricht. Voorts heeft hij uit zichzelf niets over het overlijden en het verloop van de gebeurtenissen gemeld aan zijn supervisor. Werknemer heeft verteld dat hij harttonen en oogreflex heeft gecontroleerd, hetgeen ook aantoonbaar onjuist is.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het niet verrichten van onderzoek bij de patiënt vormt een zeer ernstig verwijt aan het adres van werknemer. Pro Persona moet er als werkgever – en juist ten aanzien van zaken rond leven en dood van de aan haar (Pro Persona) toevertrouwde cliënten – zonder meer op kunnen vertrouwen dat werknemer – als de bij haar in dienst zijnde basisarts belast met die zorg – de ter zake geldende regels stipt naleeft. Daar komt bij dat door het niet-naleven van die regels het risico bestaat dat de mogelijkheid van reanimatie ten onrechte niet wordt benut. Daarom is aan werknemer ook te verwijten dat hij niet aan het verpleegkundig personeel heeft gevraagd of reanimatie is toegepast. Daarbij komt dat werknemer ter zake het overlijden geen volstrekte openheid van zaken heeft gegeven. Hij heeft ten onrechte de indruk gewekt dat hij zelf onderzoek bij de (overleden) cliënt heeft verricht. Aannemelijk is dat werknemer ook onwaarheid heeft gesproken door te verklaren dat hij de harttonen zelf had onderzocht en het verpleegkundig personeel wel zou hebben gevraagd of zij reanimatie hadden toegepast. Beide mededelingen zijn nadien onwaar gebleken. Bij dit alles komt tot slot dat werknemer een gewaarschuwd man was. Over zijn functioneren als basisarts had Pro Persona immers verschillende gesprekken met hem gevoerd. Volgt ontbinding wegens een dringende reden.