Naar boven ↑

Rechtspraak

COT (Centrum voor Onderzoek en Technisch advies)/werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 25 februari 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:529

COT (Centrum voor Onderzoek en Technisch advies)/werknemer

Uit stilzwijgen en stilzitten werknemer mag werkgever niet afleiden dat werknemer instemt met wijziging eindloonpensioen naar middelloonpensioen met opbouwpercentage van 1,75% naar 1,25%.

Werknemer is per 1 april 1990 in dienst getreden bij de Stichting Uitvoeringsorganen ‘VOM’ (verder: Stuvom) in de functie van supervisor. Op de arbeidsovereenkomst is een pensioenregeling van toepassing met een eindloonregeling van 1,75%. In 2004 is de nieuwe pensioenregeling (een middelloonregeling op basis van 1,25%) in de pensioencontracten doorgevoerd met terugwerkende kracht tot 2000. Werknemer heeft bij brieven van 17 december 2008 en 28 januari 2009 aan Nationale-Nederlanden verzocht het opbouwpercentage overeenkomstig het pensioenreglement te wijzigen in 1,75%. Bij brief van 20 februari 2009 heeft Nationale-Nederlanden aan werknemer medegedeeld dat de pensioenregeling met ingang van 1 januari 2000 is gewijzigd in een middelloonregeling met een opbouwpercentage van 1,25%. Bij brief van 12 maart 2009 heeft Nationale-Nederlanden toegelicht dat de wijziging van de pensioenregeling in 2004 met terugwerkende kracht is ingevoerd en dat volgens haar informatie COT het personeel hierover heeft ingelicht. Werknemer heeft COT verzocht om zijn pensioenregeling vanaf 2000 volgens de oude voorwaarden te continueren. De kantonrechter heeft bij het vonnis waarvan beroep overwogen, kort samengevat, dat uit de gedragingen van werknemer naar aanleiding van de brief van Stavom van 22 november 2003 (aanbiedingsbrief omzetting pensioen naar NN) niet kan worden afgeleid dat werknemer met de voorgenomen wijziging van de voor hem geldende pensioenregeling heeft ingestemd en dat de rechtsvoorgangster van COT evenmin bevoegd was om op grond van het pensioenreglement 2000 de pensioenovereenkomst met werknemer eenzijdig te wijzigen.

Het hof oordeelt als volgt. Tussen partijen staat vast dat werknemer in de aan hem gerichte brief van Stavom van 22 november 2003 is geïnformeerd over de door Stavom beoogde wijziging van de pensioenregeling. Bovendien staat vast dat werknemer de goede ontvangst van deze brief aan Stavom heeft bevestigd in zijn e-mailbericht van 4 december 2003. Uit de bedoelde brief van Stavom (met name uit de woorden: ‘(…) en aan te geven of het bestuur van de Stichting Stavom op basis van de verstrekte gegevens NN kan verzoeken de contracten officieel te maken.’) kan onmiskenbaar worden afgeleid dat Stavom – wat ook voor de hand liggend was – de desbetreffende werknemer, in dit geval derhalve werknemer, vroeg kenbaar te maken of deze met de beoogde wijziging kon instemmen. Dit heeft werknemer in zijn e-mailbericht van 4 december 2003 aan Stavom niet gedaan: in dit bericht heeft werknemer, vrij vertaald, slechts te kennen gegeven dat hij een en ander naar zijn accountant had doorgestuurd met het verzoek hiernaar te kijken, waarna hij er bij Stavom op terug zou komen. Vast staat dat dit laatste nooit is gebeurd. Onder deze omstandigheden had het op de weg van COT gelegen om te eniger tijd bij werknemer naar zijn standpunt hieromtrent te informeren en aldus duidelijkheid daaromtrent te verkrijgen. Dat heeft COT niet gedaan. Uit het feit dat werknemer niet heeft geprotesteerd tegen de inhoud van de brief of niet aan Stavom heeft laten weten dat hij daarmee niet kon instemmen, kan derhalve niet worden afgeleid dat hij met de inhoud van die brief heeft ingestemd. Het hof veroordeelt COT om de verplichtingen uit hoofde van de aan werknemer bij indiensttreding per 1 april 1990 gedane eindloontoezegging met een opbouwpercentage van 1,75%, zoals ondergebracht bij Nationale-Nederlanden, ten opzichte van werknemer na te komen, in het bijzonder over te gaan tot storting van een koopsom ter affinanciering van de uit de pensioenregeling voortvloeiende tijdsevenredige pensioenaanspraken op 31 december 2009.