Rechtspraak
werknemer/werkgever
Werknemer is in 2008 als leerling-monteur in dienst getreden. Partijen hebben op 10 oktober 2010 een studieovereenkomst gesloten. Daarin is een terugbetalingsregeling opgenomen. Op verzoek van werkgever is de arbeidsovereenkomst, nadat partijen een minnelijke regeling hebben getroffen, ontbonden op een neutrale grond zonder dat aan werknemer enige vergoeding is toegekend. Werkgever heeft op de eindafrekening € 1.903,46 bruto aan verlofdagen en € 2.780,98 aan studiekosten ingehouden. Werknemer dient nog € 832,39 te voldoen. In geschil is of werkgever gerechtigd was tot de inhoudingen ter zake verlofdagen en studiekosten.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen zijn het erover eens dat de studiekosten ter sprake zijn geweest in de onderhandelingen over een minnelijke regeling. Werknemer heeft onvoldoende weersproken dat het niet-verschijnen van werknemer op het werk de reden van werkgever was voor de toepassing van de terugbetalingsregeling van studiekosten. Daar komt bij dat werknemer de mededeling van de zijde van werkgever dat bij de eindafrekening studiekosten zouden worden verhaald, niet voor kennisgeving mocht aannemen. Werknemer gedroeg zich daarmee op een wijze dat werkgever redelijkerwijze mocht aannemen dat werknemer instemde met het feit dat er studiekosten op hem verhaald zouden worden. Door te verzwijgen dat de studiekosten in de onderhandelingen over een minnelijke regeling zijn besproken, heeft werknemer de indruk gewekt dat werkgever zonder overleg en eigenmachtig studiekosten op de eindafrekening in mindering had gebracht. Werknemer heeft hiermee in strijd met de waarheidsplicht gehandeld, zodat aan de gewijzigde stellingen van werknemer wordt voorbijgegaan. De studiekosten ad € 2.780,98 zijn met recht op de eindafrekening in mindering gebracht. De inhouding voor verlofdagen ad € 1.903,46 bruto is slechts voor een bedrag van € 202,72 bruto door werknemer betwist. De stellingen van werknemer op dit punt falen. Dat werknemer zich ziek zou hebben gemeld, is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Werkgever heeft terecht € 202,72 bruto aan verlofdagen ingehouden.